Naar de inhoud

Kennisbank · Internet Marketing Begrippen

Wat is blogmarketing?

Maurits 20 min leestijd

Blogmarketing is artikelen schrijven met een doel: gevonden worden, vertrouwen opbouwen en uiteindelijk klanten overhouden. Het verschil met gewoon bloggen zit in dat doel, niet in de vorm.

Iedereen zegt dat je het moet doen en bijna niemand houdt het vol. Dat komt zelden door tijdgebrek. Het komt doordat het eerste artikel niets opleverde en het tweede er daarom nooit kwam.

Blogmarketing, contentmarketing en gewoon bloggen

Deze drie woorden worden door elkaar gebruikt en het scheelt om ze uit elkaar te houden. Gewoon bloggen is schrijven omdat je iets kwijt wilt. Er hoeft geen plan achter te zitten en dat is prima.

Contentmarketing is het bredere vak: alles wat je maakt om klanten te bereiken en te helpen, van video en handleidingen tot een nieuwsbrief en een klantverhaal.

Blogmarketing is het deel daarvan dat op je eigen site staat, in artikelvorm, met de bedoeling gevonden te worden. Het is de goedkoopste vorm van contentmarketing en ook de traagste. Je hebt geen budget nodig en wel geduld.

Er zit nog een verschil in eigendom. Wat je op LinkedIn zet is van LinkedIn. Verandert daar het algoritme, dan verdwijnt je bereik zonder dat iemand je waarschuwt. Een artikel op je eigen domein blijft van jou en blijft vindbaar zolang je site bestaat.

Wat een blog een klein bedrijf oplevert

Het eerste merk je aan de telefoon. Wie eerst twee stukken van je las, vraagt niet meer wat je doet maar of je hem kunt helpen. Daarmee vervalt het halve gesprek waarin je jezelf anders nog staat uit te leggen.

Het tweede is je archief. Twaalf artikelen zijn twaalf ingangen naar je site, elk voor een andere vraag. Die ingangen blijven open in de maanden dat je zelf geen minuut aan marketing besteedt, en dat zijn er in een klein bedrijf nogal wat.

Het derde zie je pas als je een tijdje bezig bent. Elk artikel geeft je een plek om vanuit te verwijzen naar de pagina waar je geld mee verdient. Zonder blog heb je alleen je aanbod om iemand naartoe te sturen, en dat is nu net wat een twijfelaar nog niet wil lezen.

En je hebt er zelf iets aan. Een artikel over hoe je werkt is ook het antwoord dat je in een offerte plakt, het stuk dat je doorstuurt aan een twijfelende klant en de uitleg die je nieuwe medewerker leest. Ik schrijf een deel van mijn artikelen puur omdat ik het anders elke maand opnieuw uitleg.

Wat de andere vormen opleveren, van video tot een nieuwsbrief of een klantverhaal, staat in het artikel over contentmarketing.

Een onderwerpenlijst die een jaar meegaat

Begin bij je verzonden post. Loop de laatste twee maanden door en noteer elk antwoord dat je meer dan één keer hebt getypt. Dat lijstje is je planning voor het komende jaar, en het staat er al in de woorden van je klanten.

Vul het aan met wat mensen niet hardop zeggen. De aanname waar je elke offerte mee begint, het misverstand dat je bij de start van elke opdracht rechtzet, de vraag die iemand pas stelt als hij je vertrouwt. Daar staat weinig over online, want alleen wie het werk doet komt het tegen.

De tweede lijst haal je uit Google Search Console. Open Prestaties, zet de periode op een jaar en sorteer op vertoningen. Onderin de lijst staan zoekopdrachten waarbij je wel verschijnt en waar bijna niemand op klikt. Voor die vragen heeft je site al enige positie en ontbreekt alleen nog een pagina die er echt antwoord op geeft.

De derde bron is de vraag achter de vraag. Iemand die zoekt op "wat kost een website" wil weten of hij zich dit kan veroorloven en of hij straks niet voor verrassingen komt te staan. Een artikel dat alleen een bedrag noemt beantwoordt de helft.

Wat zelden werkt is schrijven over het onderwerp dat jij het leukste vindt om uit te leggen. Ga eerst na of er vraag naar is. Doe je dat niet, dan kom je er pas een half jaar later achter dat je voor niemand hebt zitten schrijven.

Zoekwoorden zonder trucjes

Eén artikel beantwoordt één vraag. Zoek op welke woorden mensen die vraag intikken en gebruik die woorden, in je titel, in je eerste alinea en in een paar tussenkoppen. Verder hoef je niets te doen.

De term zoekwoorddichtheid komt uit een tijd dat zoekmachines woorden telden. Dat percentage kun je vergeten. Schrijf in normaal Nederlands over het onderwerp, dan staan de juiste woorden er vanzelf en leest het bovendien prettiger.

Wat wel loont is kiezen voor langere, specifiekere zoekopdrachten. Op "website" kom je nooit ergens. Op "wat kost onderhoud van een WordPress website" heb je een reële kans, en de mensen die dat intikken zijn verder in hun beslissing. Hoe je zulke zoekopdrachten opspoort staat in het artikel over long-tail zoekwoorden.

Schrijf ook één artikel per vraag en niet twee. Twee stukken over hetzelfde onderwerp gaan elkaar in de weg zitten in de zoekresultaten, en het is meestal beter om ze samen te voegen tot één goed stuk.

Hoe een stuk eruitziet dat werkt

  • Het antwoord staat vooraan. Niet drie alinea's inleiding over hoe belangrijk het onderwerp is.
  • Eén vraag per artikel. Een stuk dat over vijf dingen gaat wordt voor geen van de vijf gevonden.
  • Korte alinea's en echte tussenkoppen. Mensen scannen eerst en gaan pas lezen als iets aanspreekt.
  • Je eigen mening erin. Er is al genoeg neutrale tekst over elk onderwerp. Wat je onderscheidt is dat jij het schrijft.
  • Voorbeelden uit je eigen werk. Eén concreet geval zegt meer dan drie alinea's algemeenheden, en niemand anders kan dat opschrijven.
  • Een volgende stap onderaan die past bij waar de lezer nu is. Een verwant artikel, of de dienst die erbij hoort.

De opbouw die bij vrijwel elk stuk werkt: een titel met de vraag erin, twee zinnen waarin het antwoord al staat, en daarna pas de uitleg. Wie na die twee zinnen weer weg is, is geholpen. Wie meer wil weten, leest door.

Zet de uitleg daaronder in blokken van drie tot vijf alinea's met een tussenkop erboven. Iemand die alleen je tussenkoppen leest, hoort het verhaal al ongeveer te hebben. Dat is precies wat de meeste bezoekers doen voordat ze besluiten of ze gaan lezen.

Bij een stuk van meer dan tweeduizend woorden hoort een inhoudsopgave bovenaan, met links naar de tussenkoppen. Op een telefoon scheelt dat een hoop schuiven, en de lezer ziet in één oogopslag of zijn vraag erin zit.

Hoe lang moet het zijn

Zo lang als de vraag verdient. Een artikel over hoe je een verlopen domeinnaam terugkrijgt is na achthonderd woorden af. Een artikel over het kiezen van een webshopplatform is dat niet.

Lengte is geen ranking-factor. Wat je in de praktijk ziet is dat langere stukken vaker bovenaan staan, en dat komt doordat ze de vraag completer beantwoorden. Vulling toevoegen om aan een aantal woorden te komen werkt averechts, want dan blijft de lezer niet.

Mijn richtlijn: schrijf tot de vraag beantwoord is, lees het daarna terug en schrap elke alinea die niets toevoegt. Wat overblijft heeft de goede lengte.

Je publicatieritme

Ga uit van je drukste maand en niet van je rustigste. Voor de meeste kleine bedrijven komt dat neer op één artikel per maand, voor sommige op één per kwartaal.

Regelmaat weegt zwaarder dan aantal. Een blog waar elke maand iets bij komt, leest als een bedrijf dat draait. Een blog met vier stukken uit het voorjaar van 2023 leest als een bedrijf dat er misschien niet meer is. Dat oordeel velt een bezoeker in twee seconden.

Werk in blokken in plaats van elke maand opnieuw te beginnen. Eén dag per kwartaal, drie stukken schrijven, en ze in WordPress klaarzetten met een publicatiedatum in de toekomst. Ze verschijnen dan vanzelf, ook in de week dat het je niet uitkomt.

Zet die dag als afspraak in je agenda, met het onderwerp erbij. Een dag die er niet staat bestaat niet, want er is altijd iets urgenters dan schrijven.

Een contentkalender mag gewoon een lijstje zijn. Twaalf regels, per maand een onderwerp en de vraag die eronder ligt. Wie eerst een systeem gaat inrichten, is bezig met alles behalve schrijven.

Val je toch een half jaar stil, begin dan niet met een stuk over hoe stil het was. Publiceer het volgende artikel en klaar. Niemand telt je berichten behalve jij.

Wat er technisch bij komt kijken

Een blog op WordPress is snel opgezet en er zijn een paar instellingen die het verschil maken tussen vindbaar en onzichtbaar.

Zet je permalinks op de berichtnaam, zodat je adressen leesbaar zijn en het onderwerp erin staat. Hoe dat werkt staat in het artikel over zoekmachinevriendelijke URL's. Verander een adres daarna niet meer zonder een doorverwijzing achter te laten, want anders verlies je alles wat het artikel had opgebouwd.

Let op je afbeeldingen. Een foto rechtstreeks uit een telefoon is al gauw enkele megabytes en dat merk je direct in de laadtijd op een mobiele verbinding. Verklein hem voordat je hem uploadt en sla hem op als webp. Op een blog met veel foto's valt daar de meeste snelheid te winnen.

Categorieën, tags en de indeling van je blog

Categorieën zijn de indeling van je blog, tags zijn losse etiketten. Kies drie tot zes categorieën die je zonder nadenken kunt opnoemen en zet elk artikel in precies één ervan. Een stuk dat in vier categorieën staat, vertelt de lezer niets meer over waar hij is.

Tags kun je meestal overslaan. Elke tag maakt in WordPress een eigen archiefpagina aan, en dertig van die pagina's met één artikel erop maken van je site een verzameling lege lijstjes. Gebruik je ze wel, houd dan bij welke er bestaan. Anders staat er na een jaar zowel "wordpress" als "WordPress" als "wordpress tips" tussen.

Zet archieven die niets toevoegen op niet indexeren. In de bekende SEO-plugins is dat één schuifje bij de instellingen voor tags. Je categorieën mag je wel laten indexeren, mits je er een paar regels tekst bij zet die vertellen wat iemand daar aantreft.

De naam van een categorie komt in het adres van dat archief terecht. Bedenk hem dus één keer goed en hernoem hem daarna niet meer, want dan krijg je een nieuw adres en een oud adres dat nergens meer op uitkomt.

Blogmarketing en de klantreis

Verschillende artikelen horen bij verschillende momenten. Wie net ontdekt dat hij een probleem heeft zoekt uitleg. Wie aan het vergelijken is zoekt verschillen en prijzen. Wie bijna beslist heeft zoekt bevestiging, meestal in de vorm van ervaringen van anderen.

Een blog die alleen uit uitlegstukken bestaat trekt veel bezoek en levert weinig op. Een blog die alleen uit verkoopstukken bestaat trekt niemand. De verhouding die bij mij werkt is grofweg de helft uitleg, een kwart vergelijking en een kwart bewijs.

Schrijf ook iets voor mensen die al klant zijn. Uitleg over hoe iets werkt, wat er verandert, wat ze zelf kunnen doen. Dat scheelt vragen aan de telefoon en het houdt mensen langer bij je. De fasen waar dit op aansluit staan in het artikel over de stappen in de customer journey.

Van lezer naar aanvraag

De meeste lezers zijn nog niet zover dat ze contact opnemen, en dat is geen probleem zolang je iets anders aanbiedt dan alleen een contactformulier.

Zet onder elk artikel een volgende stap die past bij het onderwerp. Bij een uitlegstuk is dat een verwant artikel. Bij een vergelijkingsstuk is dat je dienstpagina. Bij een stuk voor mensen die er bijna uit zijn mag het gewoon een uitnodiging zijn om te bellen.

De tussenstap die het meest oplevert is een e-mailadres. Iets nuttigs in ruil voor een adres werkt, mits het echt nuttig is. Wat daarvoor geschikt is staat in het artikel over de leadmagneet.

Houd je daarbij aan de regels. In Nederland mag je alleen commerciële e-mail sturen aan mensen die daar toestemming voor hebben gegeven, met als uitzondering je eigen klanten voor vergelijkbare producten of diensten. In elke mail hoort een afmeldmogelijkheid en het moet duidelijk zijn van wie de mail komt. Een aanvinkvakje dat al aan staat telt niet als toestemming. Meer daarover staat in het artikel over e-mailmarketing.

De eerste week na publicatie

Zet vanuit twee of drie oudere artikelen een link naar het nieuwe stuk, midden in een alinea die over hetzelfde gaat. Een artikel waar niets naartoe wijst blijft lang liggen, ook als het goed is.

Verwijs er ook naar vanaf de dienstpagina waar het bij hoort. Dat is de kortste route van een lezer naar het werk waar je geld mee verdient.

Controleer daarna of Google het stuk kan vinden. In Search Console vraag je met de URL-inspectie om indexering. Meestal staat het er binnen een paar dagen in. Gebeurt dat niet, dan weet je meteen dat er iets mis is met je sitemap of met je instellingen.

Stuur het als laatste door aan de mensen voor wie je het schreef. De klant die de vraag stelde, de aanvraag van vorige week die op dit antwoord lag te wachten, de collega die er iets aan heeft. Dan heeft je stuk al lezers voordat een zoekmachine eraan te pas komt.

Oude artikelen bijwerken

Een blog van drie jaar oud bevat altijd stukken die niet meer kloppen. Prijzen, schermafbeeldingen, namen van pakketten, een wet die veranderd is. Loop daarom één keer per jaar je tien best bezochte artikelen langs met de vraag of je het vandaag nog zo zou opschrijven.

Het meeste rendement zit in stukken die net buiten de eerste pagina staan. Zoek in Search Console op welke zoekopdrachten zo'n artikel al verschijnt, kijk welke daarvan in de tekst nog niet echt beantwoord worden en schrijf dat antwoord erbij. Zo'n aanvulling kost een uurtje, en het stuk staat al in de index, dus je hoeft niet opnieuw maanden te wachten.

Heb je twee artikelen over bijna hetzelfde, voeg ze dan samen. Neem het beste van beide over in het stuk dat het meeste bezoek trekt en laat het andere adres daarnaartoe doorverwijzen. Zo raak je niets kwijt van wat het oude artikel had opgebouwd.

Stukken die na twee jaar niets doen en ook niets toevoegen mag je weghalen. Zet er dan wel een doorverwijzing op naar het artikel dat er het dichtst bij ligt, zodat oude links en bladwijzers ergens uitkomen.

Bijwerken betekent niet dat je alleen de datum verandert. Dat trucje kende Google al voordat jij het bedacht en het werkt niet. Verander de tekst echt, dan mag de datum mee.

Wat je per artikel meet

Kijk per artikel en niet naar je blog als geheel. Eén stuk dat honderd bezoekers per maand trekt naast negen die niets doen, is iets heel anders dan tien stukken die er elk tien trekken. Alleen in het eerste geval weet je waar je moet doorschrijven.

Uit Search Console haal je per artikel de vertoningen, de klikken, de gemiddelde positie en de zoekopdrachten waarop je verschijnt. Dat laatste is het nuttigst. Daaraan zie je of Google je stuk begrepen heeft, en staat er iets heel anders dan waar jij over schreef, dan zit het probleem in je titel of in je opzet.

Geef een nieuw artikel een half jaar voordat je er iets van vindt. In de eerste weken staat de teller op nul en dat zegt nog niets.

In je statistiekenpakket kijk je of lezers doorklikken naar een dienstpagina of een formulier invullen. Houd er rekening mee dat je alleen bezoekers ziet die je cookiebanner accepteren, dus de echte aantallen liggen hoger dan wat er in je rapport staat.

Het getal dat er het meest toe doet staat in geen enkel pakket. Het zit in de zin "ik las dat stuk van je over ..." aan het begin van een telefoongesprek. Noteer die opmerkingen een jaar lang bij je aanvragen, dan weet je welke artikelen omzet opleveren en welke alleen bezoekers.

Wie er onder het artikel staat

Zet je eigen naam onder je stukken. WordPress toont standaard de gebruikersnaam waarmee je inlogt, en op veel sites staat daar nog "admin". Dat pas je aan bij je profiel, bij de weergavenaam.

Zet er twee of drie regels bij over waarom jij dit kunt uitleggen. Hoelang je dit werk doet, met wat voor bedrijven, waar je het geleerd hebt. Een foto erbij helpt, ook al kun je dat niet meten.

Dat is geen ijdelheid. Google laat pagina's beoordelen op wie erachter zit, en bij onderwerpen waar geld, gezondheid of veiligheid aan hangt weegt dat zwaarder. Een zakelijk blog zit daar dichter bij dan je denkt, want een verkeerd advies over een verbouwing of een contract kost iemand geld.

Laat je je stukken schrijven, zet dan de naam boven het artikel van degene die het weet en niet die van de tekstschrijver. Wie er als auteur onder staat, hoort de vragen te kunnen beantwoorden die erop volgen.

Reacties en spam

Reacties toestaan onder je artikelen levert bij een zakelijke blog zelden iets op. Wat je wel krijgt is spam, en veel. Automatische scripts plaatsen reacties met een link naar een andere site, soms honderden per week op een site die verder nauwelijks bezoek heeft. Het artikel over comment spam gaat daar dieper op in.

Mijn keuze bij de meeste zakelijke sites: reacties uit. Wie iets wil vragen mailt of belt, en dat gesprek is bruikbaarder dan een openbare reactie. Wil je ze wel aan, zet dan in elk geval goedkeuring vooraf aan en gebruik een spamfilter.

Er is ook een privacykant. WordPress bewaart bij elke reactie het IP-adres en het e-mailadres van de schrijver, en het vinkje "bewaar mijn gegevens" plaatst een cookie. Staat dat aan, dan hoort het in je privacyverklaring en heb je toestemming nodig voor dat cookie.

Krijg je een negatieve reactie of een kritische mail, reageer dan zakelijk en één keer. Ga niet in discussie en verwijder hem niet als hij inhoudelijk is. Kritiek met een net antwoord eronder doet meer voor je geloofwaardigheid dan een pagina waar alleen instemming op staat.

Wat AI-teksten veranderd hebben

Sinds 2023 kan iedereen in een middag vijftig artikelen laten schrijven. Daar is massaal gebruik van gemaakt en de bodem is uit de markt van middelmatige teksten geslagen. Een stuk dat alleen samenvat wat er al stond heeft geen enkele reden meer om te bestaan.

Google beoordeelt niet of een tekst door een mens of een machine is gemaakt, maar of hij ergens voor bedoeld is. In 2022 kwam er een update tegen teksten die vooral voor de zoekmachine waren geschreven, en in 2024 zijn de spamregels uitgebreid met wat Google schaalmisbruik van content noemt: grote hoeveelheden pagina's maken zonder eigen waarde.

Wat dat voor jou betekent is eenvoudiger dan het klinkt. Wat jij zelf hebt meegemaakt, gemeten, verkeerd gedaan en opgelost kan niemand van internet halen. Dat onderscheidt jouw stuk van de vijftig andere over hetzelfde onderwerp.

Ik gebruik taalmodellen wel voor het saaie werk eromheen: een opzet maken, een tekst inkorten, controleren of ik een vraag ben vergeten. Het schrijven zelf doe ik zelf, want anders staat er niets in wat van mij is.

Waarom de meeste blogs stoppen

Te snel resultaat verwacht. De eerste maanden gebeurt er niets. Dat is normaal en het voelt als falen.

Te veel beloofd aan jezelf. Wekelijks publiceren naast gewoon werk houdt niemand vol.

Geen vaste tijd. Als er nergens in je agenda staat wanneer je schrijft, wint het werk dat wel schreeuwt.

Schrijven voor de zoekmachine. Een stuk dat is gemaakt om een woord te bezetten, leest ook als een stuk dat is gemaakt om een woord te bezetten. De lezer klikt weg en jij houdt een pagina over waar je zelf niet naar zou verwijzen.

Geen idee wat er gebeurde. Wie nooit in Search Console kijkt, ziet ook niet dat een artikel na acht maanden op plek twaalf staat en met een kleine aanvulling op plek vijf kan komen. Dan lijkt alles vergeefs terwijl er iets groeit.

Veelgestelde vragen over blogmarketing

Hoe vaak moet ik bloggen?

Voor de meeste kleine bedrijven is één keer per maand genoeg, mits je dat jaren volhoudt. Het tempo is minder belangrijk dan de regelmaat: twaalf stukken per jaar die ergens over gaan doen meer dan veertig haastklussen.

Begin liever te langzaam dan te snel. Je kunt altijd opschalen, terwijl een blog die na twee maanden stilvalt een slechtere indruk maakt dan geen blog.

Hoeveel woorden moet een blogartikel hebben?

Zo lang als nodig is om de vraag echt te beantwoorden, meestal tussen de achthonderd en drieduizend woorden. Er bestaat geen minimum dat Google hanteert.

Wat je wel ziet: voor concurrerende zoekopdrachten staan bijna altijd uitgebreide stukken bovenaan, omdat die de vraag completer behandelen. Lengte is daar het gevolg, niet de oorzaak.

Hoe lang duurt het voordat een artikel bezoekers oplevert?

Reken op drie tot zes maanden voordat een artikel zijn plek vindt, en langer bij een site die nog weinig gezag heeft. De eerste weken gebeurt er vrijwel niets, ook bij een goed stuk.

Je kunt dat versnellen door vanuit bestaande pagina's naar het nieuwe artikel te linken en het onder de aandacht te brengen bij mensen die je al kent.

Waar schrijf ik over als ik geen ideeën heb?

Kijk in je verzonden e-mail. De vragen die je de afgelopen maand hebt beantwoord zijn je onderwerpen, letterlijk in de woorden van je klanten.

Tweede bron is je agenda van vorig jaar. Elk seizoen brengt dezelfde vragen mee: de zomerstop, de jaarafsluiting, de verhuizing na de vakantie. Wie die vragen een maand van tevoren beantwoordt, staat er op tijd mee online.

Wat is het verschil tussen blogmarketing en contentmarketing?

Contentmarketing is het geheel: alles wat je maakt om je doelgroep te bereiken, dus ook video, nieuwsbrieven, handleidingen en klantverhalen. Blogmarketing is het onderdeel dat als artikelen op je eigen website staat.

Moet ik reacties toestaan op mijn blog?

Bij een zakelijke blog meestal niet. De opbrengst is klein en het beheer kost tijd, want geautomatiseerde spam vindt elk reactieformulier binnen een paar weken.

Wil je ze toch, zet dan goedkeuring vooraf aan, gebruik een spamfilter en vermeld in je privacyverklaring dat je het IP-adres van reageerders bewaart.

Hoe ga ik om met een negatieve reactie?

Reageer één keer, zakelijk, en bied aan het buiten de site verder op te lossen. Verwijderen doe je alleen bij beledigingen of spam, niet bij kritiek waar je het niet mee eens bent.

Een openbare kritische reactie met een net antwoord eronder werkt in je voordeel. Lezers zien daaraan hoe je met problemen omgaat, en dat willen ze weten voordat ze je bellen.

Mag ik artikelen door AI laten schrijven?

Er staat geen regel tegen, en dat is ook niet de vraag die telt. In de praktijk vallen volledig gegenereerde stukken door de mand omdat ze alleen bevatten wat al ergens anders stond.

Gebruik het gerust voor een opzet, een samenvatting of een controleronde. Zet er zelf in wat je hebt meegemaakt, want dat is het enige deel dat niet te kopiëren valt.

Hoeveel zoekwoorden moet ik in een artikel verwerken?

Eén hoofdvraag per artikel, en de woorden die daarbij horen komen vanzelf voorbij als je normaal schrijft. Een percentage nastreven is achterhaald en levert stroeve zinnen op.

Zorg wel dat de belangrijkste term in je titel, in je eerste alinea en in een of twee tussenkoppen staat. Daarmee is het onderwerp duidelijk genoeg.

Moet ik een datum bij mijn artikelen zetten?

Ja, bij artikelen over onderwerpen die veranderen. Een lezer wil weten of hij naar iets van vorige maand of van zes jaar geleden kijkt, en dat oordeel is vaak terecht.

Bij tijdloze uitleg mag de datum weg. Alleen de datum aanpassen zonder de tekst te veranderen heeft geen zin, want dat wordt herkend.

Wat doe ik met blogartikelen die al jaren niets opleveren?

Zoek eerst uit of er vraag naar het onderwerp is. Is die er wel, dan is je stuk te dun of te onduidelijk en werk je het bij. Is er geen vraag naar, dan houdt het op en kun je je uren beter aan het volgende artikel besteden.

Staan er twee stukken over bijna hetzelfde, voeg ze dan samen tot één artikel en laat het andere adres daarnaartoe doorverwijzen. Weghalen zonder doorverwijzing doe je nooit, want dan lopen bestaande links dood.

Mag ik mijn nieuwe artikel zomaar naar mijn contacten mailen?

Alleen naar mensen die daar toestemming voor hebben gegeven of die klant bij je zijn voor iets vergelijkbaars. Dat staat in de Telecommunicatiewet en het geldt ook voor zakelijke adressen.

Zorg dat in elke mail staat wie je bent en dat er een afmeldlink in zit. Adressen kopen of verzamelen van websites is geen goed idee: het levert klachten op en het is in strijd met de regels.

Kan ik beter op LinkedIn publiceren dan op mijn eigen site?

Zet het artikel op je eigen site en gebruik LinkedIn om ernaartoe te verwijzen. Op je eigen domein bouw je iets op dat blijft staan en dat vindbaar is in Google.

Een bericht op LinkedIn heeft een paar dagen bereik en verdwijnt daarna. Beide gebruiken werkt: schrijf een kort stuk met je eigen ervaring en zet de link erbij.

Levert bloggen ook iets op als er weinig bezoekers komen?

Ja, en dat wordt onderschat. Artikelen zijn ook je verkoopmateriaal: het stuk dat je meestuurt bij een offerte, het antwoord dat je doorstuurt, de uitleg die twijfel wegneemt bij iemand die al met je in gesprek is.

Vijftig bezoekers per maand die precies de goede vraag hadden zijn waardevoller dan duizend die per ongeluk binnenvielen.

Wie zet ik als auteur onder een blogartikel?

De persoon die het weet, met naam, foto en twee regels over zijn achtergrond. Een stuk van "admin" of "redactie" leest anders dan een stuk met een mens erboven.

Laat je schrijven, dan blijft de vakinhoudelijke naam erboven staan. Die persoon moet immers de vragen kunnen beantwoorden die op het artikel volgen.

Hoeveel categorieën en tags heb ik nodig?

Drie tot zes categorieën en per artikel maar één. Dat houdt je blog overzichtelijk en scheelt je een berg archiefpagina's zonder inhoud.

Tags mag je overslaan. Voor de lezer voegen ze weinig toe en ze leveren pagina's op waar bijna niets op staat.

Dit artikel hoort bij Internet Marketing Begrippen. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.

Een vraag over dit onderwerp?

Vertel waar je tegenaan loopt.

Maurits denkt met je mee en geeft je een praktisch antwoord.

reactie dezelfde werkdag
Maurits van Platform Pro

Vertel kort waar je aan denkt

Nu gesloten, ik reageer de volgende werkdag

Maurits leest je bericht en neemt persoonlijk contact met je op.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier