Naar de inhoud

Kennisbank · Internet Marketing Begrippen

Web 2.0.

14 min leestijd

Web 2.0 is de naam voor de omslag rond 2004, waarin het web veranderde van iets dat je las in iets waar je aan meedeed. Publiceren, reageren en delen werden mogelijk zonder dat je er een regel code voor hoefde te schrijven.

Er is geen moment waarop iemand een schakelaar omzette. Web 2.0 is een naam die achteraf op een reeks veranderingen is geplakt, en dat is meteen de eerlijkste uitleg van het begrip. De periode ervoor staat beschreven in het artikel over Web 1.0; dit stuk gaat alleen over deze fase.

Waar de term vandaan komt

De term werd populair door een conferentie. Uitgeverij O'Reilly organiseerde in 2004 de eerste Web 2.0 Conference, en het woord kwam uit een brainstorm bij de voorbereiding daarvan. Een jaar later schreef Tim O'Reilly het stuk waarin hij probeerde uit te leggen wat het dan precies inhield.

Helemaal nieuw was het woord niet. Het dook in 1999 al op in een artikel van Darcy DiNucci, die voorspelde dat het web zou uiteenvallen over allerlei apparaten. Dat gebeurde ook, alleen niet op de manier die zij beschreef.

Belangrijker dan de herkomst is wat de term níet is. Er bestaat geen versie 2.0 van het web zoals er versies van software bestaan. Niemand heeft iets uitgebracht, er is geen specificatie, en de onderliggende techniek van het web is gewoon doorontwikkeld. Wie je vertelt dat zijn dienst "Web 2.0" is, verkoopt je iets.

Wat er technisch veranderde

Sites werden dynamisch. De inhoud kwam uit een database en werd samengesteld op het moment dat je de pagina opvroeg. Daarmee kon elke bezoeker iets toevoegen zonder dat er een bestand op de server hoefde te worden bewerkt.

De tweede verandering zat in de browser. Er kwam een manier om op de achtergrond gegevens op te halen zonder de hele pagina opnieuw te laden. Microsoft bouwde die techniek in 1999 in voor de webversie van Outlook, en in februari 2005 kreeg de aanpak de naam Ajax. Daarmee had het idee ineens een woord, en dat is vaak het moment waarop iets doorbreekt.

Het effect zag je bij Gmail, dat in april 2004 uitkwam, en bij Google Maps uit februari 2005. Een kaart die je kon slepen in plaats van met pijltjes verschuiven, was in die tijd verbijsterend. Websites gingen aanvoelen als programma's.

Al die technieken bestaan nog en zitten in vrijwel elke site die je vandaag gebruikt. Een webshop die je winkelmandje bijwerkt zonder de pagina te verversen doet precies wat in 2005 nieuw was.

Publiceren werd gewoon werk

Het beheersysteem is het onderdeel dat de meeste ondernemers direct raakt. Voor 2004 betekende een tekst wijzigen dat je een bestand aanpaste en opnieuw uploadde.

Blogger begon in 1999 en werd in 2003 door Google gekocht. WordPress kwam in 2003 uit en groeide uit tot het bekendste voorbeeld. Wat die pakketten deden was de inhoud loskoppelen van de vormgeving, zodat iemand zonder technische kennis een stuk kon plaatsen.

Dat is de reden dat een bakker in 2003 nog een webbouwer moest bellen voor een nieuwe openingstijd en in 2008 niet meer. Hoe zo'n systeem werkt staat in het artikel over het CMS.

Feeds, koppelingen en losse blokjes

Web 2.0 draaide ook op het idee dat gegevens van de ene site op de andere terecht mochten komen. Dat gebeurde op drie manieren die je nu nog tegenkomt.

  • Feeds. Een site bood zijn artikelen aan in een vast machineleesbaar bestand, zodat een lezer ze in een leesprogramma kon volgen. Hoe dat werkt staat in het artikel over RSS.
  • Koppelingen. Diensten stelden hun gegevens open zodat anderen er iets mee konden bouwen. Kaarten met vastgoedaanbod erop waren daar het schoolvoorbeeld van.
  • Insluiten. Een video, een kaart of een agenda in een blokje op je eigen pagina zetten. Dit is de gewoonste zaak van de wereld geworden en het brengt een rekening mee, zoals verderop staat.

Google Reader, het bekendste leesprogramma voor feeds, ging in 2005 open en werd op 1 juli 2013 gesloten. Dat is een goede illustratie van hoe deze periode afliep: de open kant van het web werd stiller, de platforms werden groter.

Wat er inhoudelijk ontstond

Vier soorten sites veranderden in een paar jaar tijd wat internet was.

Blogs braken het monopolie van uitgevers. Iedereen kon publiceren, en voor het eerst kon een vakman met tweehonderd lezers meer invloed hebben dan een krantenkatern.

Wiki's lieten zien dat een groep vreemden samen iets kan bouwen dat beter is dan wat één organisatie had gekund. Wikipedia begon in 2001 en werkt nog steeds volgens hetzelfde principe: iedereen mag wijzigen en elke wijziging is terug te draaien.

Sociale netwerken groeiden van profielsites naar de platforms van nu. Facebook begon in 2004 als besloten netwerk voor studenten en ging in 2006 open voor iedereen. Twitter kwam in datzelfde jaar.

Beeld en video werden deelbaar. Flickr kwam in 2004, YouTube in 2005 en werd een jaar later door Google gekocht. Video uploaden zonder eigen server was daarvoor geen optie voor gewone mensen.

Web 2.0 in Nederland

Nederland had zijn eigen versie van deze periode, en die is leerzamer dan de Amerikaanse voorbeelden.

Hyves begon in 2004 en was hier jarenlang groter dan Facebook, totdat Facebook het inhaalde. Op 2 december 2013 stopte Hyves als sociaal netwerk. Wie er jaren aan foto's, krabbels en groepen had gewerkt, raakte dat in één klap kwijt. Voor een ondernemer is dat de duidelijkste les uit deze periode: je publiek stond op andermans grond.

Marktplaats laat het andere patroon zien. Het begon in 1999 als Nederlands initiatief en werd in 2004 door eBay gekocht. Een plek waar gebruikers zelf de hele inhoud maken bleek een van de waardevolste bezittingen op het Nederlandse web.

Verder liep Nederland voorop met breedband, en dat is de saaie technische reden dat blogs, foto's en later video hier vroeg aansloegen. Zonder snelle verbinding thuis heeft meedoen weinig zin.

Wat het voor bedrijven veranderde

De grootste verschuiving is dat wat anderen over je zeggen belangrijker werd dan wat jij over jezelf zegt.

Voor deze periode bepaalde je zelf welk beeld er van je bedrijf op internet stond, want jouw site was de enige plek waar iets stond. Daarna kwamen beoordelingen, forums en sociale media. Hoe je daarmee omgaat staat in het artikel over online reviews.

De tweede verandering is dat klanten in het openbaar contact met je opnemen. Een klacht die vroeger per brief kwam, staat nu onder je bericht. Dat is oncomfortabel en het is ook gratis onderzoek: nergens hoor je zo scherp wat er niet klopt aan je uitleg.

De derde is dat je bezoekers inhoud voor je kunnen maken. Foto's van klanten, ervaringen, vragen en antwoorden. Dat heet user-generated content en het is voor kleine bedrijven vaak overtuigender dan wat een tekstschrijver had kunnen bedenken.

Meedoen kost onderhoud

Elke plek waar bezoekers iets mogen achterlaten, wordt binnen een week gevonden door software die dat automatisch volgooit. Dat is geen kwestie van populair zijn; er wordt simpelweg op alle WordPress-sites tegelijk geschoten.

Reacties zijn daarvan het bekendste slachtoffer. Wat je eraan doet staat in het artikel over comment spam. In de praktijk kies je tussen reacties met goedkeuring vooraf, reacties met een filter, of helemaal geen reacties. Voor de meeste bedrijfssites vind ik dat laatste een prima keuze: als er in drie jaar niemand echt heeft gereageerd, houd je alleen een schoonmaaktaak over.

Hetzelfde geldt voor formulieren. Een CAPTCHA houdt een deel tegen en kost je echte aanvragen, want mensen haken af op onleesbare plaatjes. Een verborgen veld dat alleen software invult werkt vaak beter en merkt niemand.

En denk aan wie er verantwoordelijk is voor wat er bij jou staat. Zet iemand een onrechtmatige tekst onder jouw artikel, dan ben jij degene die daarop wordt aangesproken zodra je het weet.

De regels die er in Europa bij kwamen

Meedoen levert gegevens op, en die gegevens zijn in Europa geleidelijk aan regels gebonden. Voor een gewone bedrijfssite gaat het om deze momenten.

Sinds 2012 staat in de Nederlandse Telecommunicatiewet dat je toestemming nodig hebt voor het plaatsen en uitlezen van cookies en vergelijkbare technieken. In 2015 werd die regel verzacht voor cookies met weinig gevolgen voor de privacy, zoals eenvoudige bezoekersstatistieken die netjes zijn ingesteld.

Sinds 25 mei 2018 geldt de AVG. Die gaat over alle persoonsgegevens en niet alleen over cookies, en hij verplicht je uit te leggen wat je verzamelt en waarom.

In 2019 oordeelde het Europese Hof van Justitie in de zaak rond Fashion ID dat de eigenaar van een website medeverantwoordelijk is voor de gegevens die een ingesloten likeknop naar het platform stuurt, zodra de pagina laadt. Die uitspraak is de reden dat sociale knoppen op nette sites tegenwoordig pas iets doen nadat je erop klikt.

Sinds 17 februari 2024 geldt de digitaledienstenverordening, in Europa afgekort tot DSA, volledig. Die gaat over platforms en over diensten die inhoud van gebruikers opslaan. Grote platforms krijgen daar zware verplichtingen door; kleine bedrijven zijn van een deel ervan uitgezonderd. Wat je er wel uit meeneemt: als je bezoekers laat plaatsen, hoor je een duidelijke manier te hebben waarop iemand ongewenste inhoud bij je kan melden.

Wat een ingesloten blokje echt doet

Een YouTube-video, een kaart of een tijdlijn insluiten kost één regel code, en daarmee laad je een stuk van een ander bedrijf binnen op jouw pagina.

Dat blokje ziet het IP-adres van je bezoeker en zet meestal cookies, voordat je bezoeker iets heeft aangeklikt. Juridisch is dat jouw verantwoordelijkheid, niet die van het platform. Praktisch los je het op door zulke blokken pas te laden na toestemming, of door een afbeelding te tonen die de video pas start na een klik. YouTube heeft daarvoor een variant die minder gegevens meestuurt.

Er speelt nog iets. Sinds het Europese Hof in juli 2020 de toenmalige afspraak met de Verenigde Staten ongeldig verklaarde, is doorgifte van gegevens naar Amerikaanse partijen een terugkerend punt. Sinds 10 juli 2023 is er een nieuw adequaatheidsbesluit, het EU-US Data Privacy Framework, waardoor het weer eenvoudiger kan; de leverancier moet dan wel aan die regeling deelnemen. Een Duitse rechter veroordeelde in 2022 een site die lettertypen rechtstreeks van Google inlaadde, en dat soort zaken maakt duidelijk hoe fijnmazig dit is geworden.

Los van de regels kost elk ingesloten blok snelheid. Drie video's boven aan een pagina laden een flinke hoeveelheid code van derden voordat jouw eigen inhoud klaar is.

De keerzijde: het web is gecentraliseerd

Het idee was dat iedereen zijn eigen plek zou hebben. Wat er gebeurde is dat een handvol platforms bijna alles opslokte.

Waar mensen eerst een eigen site of blog hadden, staan ze nu op een platform waarvan ze de regels niet bepalen. Je publiek is daar niet van jou. Een wijziging in het algoritme kan je bereik van de ene op de andere dag halveren, en dat is meermaals gebeurd.

De open koppelingen uit de begintijd zijn grotendeels dichtgegaan. Instagram beperkte zijn koppeling in 2018 sterk, en toegang tot de gegevens van Twitter werd in 2023 betaald. Wie zijn site had gebouwd op zo'n verbinding, kon opnieuw beginnen.

Daarnaast bleek dat wat het meeste reactie oplokt niet hetzelfde is als wat het meeste waard is. Systemen die sturen op aandacht komen uit bij wat mensen niet kunnen wegklikken. Een bedrijf dat daar zijn toon op aanpast, wordt een karikatuur van zichzelf.

Wat dat voor jou betekent

De les is praktisch en saai: zorg dat je iets hebt dat van jou is.

Je eigen website en je eigen e-maillijst zijn de twee kanalen waar niemand tussen zit. Alles wat je op een platform opbouwt, huur je. Dat merk je pas op de dag dat de verhuurder de regels wijzigt of ermee stopt, zoals de gebruikers van Hyves ondervonden.

Dat betekent niet dat je sociale media moet mijden. Het betekent dat je je publiek daar niet moet laten wonen. Gebruik het om mensen naar je eigen site te krijgen, en zorg dat je ze daarna kunt bereiken zonder tussenpersoon.

Praktisch: zet je eigen inhoud eerst op je site en pas daarna op een platform. Haal contactgegevens op met een formulier dat van jou is. En exporteer af en toe wat je op een platform hebt staan, want dat kan meestal wel en niemand doet het.

Wat er van Web 2.0 nog gewoon werkt

Het is verleidelijk om deze periode als voorbij te beschouwen. Het meeste ervan draait nog onder je voeten.

WordPress is een product van deze tijd en staat nog steeds onder een groot deel van het web. Feeds werken nog en worden gebruikt door podcastprogramma's, nieuwslezers en koppelingen tussen systemen. Samenwerken in een document in de browser is inmiddels zo gewoon dat niemand er nog over nadenkt.

De open broncode die deze periode voortbracht is ook gebleven. Dat een klein bedrijf vandaag een compleet beheersysteem gratis kan draaien, met duizenden uitbreidingen erbij, is geen vanzelfsprekendheid maar een erfenis van deze jaren.

Wat wel is veranderd, is wie de macht heeft over de verspreiding. De techniek is open gebleven, het publiek is verhuisd.

Wat er na Web 2.0 kwam

Web 3.0 wordt voor twee verschillende dingen gebruikt: het semantische web waarin machines betekenis begrijpen, en de wereld van blockchain en digitaal eigendom. Wat daarvan klopt staat in het artikel over Web 3.0. Web 4.0 stapelt daar nog een laag bovenop en is beschreven in het artikel over Web 4.0.

Het verschil met Web 2.0 is dat die termen vooraf zijn bedacht in plaats van achteraf. Web 2.0 was een naam voor iets dat al gebeurde; de opvolgers zijn namen voor iets dat nog moest gebeuren, meestal bedacht door mensen die er iets bij verkopen.

De verandering die je bedrijf nu echt raakt heeft geen versienummer. Zoekmachines en assistenten geven steeds vaker zelf het antwoord in plaats van een lijst links. Dat betekent dat je inhoud wordt gelezen zonder dat iemand je site bezoekt, en dat raakt je meer dan welke 3.0 dan ook.

Veelgestelde vragen over Web 2.0

Wat is Web 2.0?

Web 2.0 is de naam voor de fase van internet waarin gebruikers zelf inhoud gingen maken en delen, in plaats van alleen lezen wat anderen publiceerden. Blogs, wiki's, sociale netwerken, beoordelingen en video's delen horen er allemaal bij.

Wanneer begon Web 2.0?

Rond 2004, al is er geen startdatum. De naam raakte bekend door een conferentie in 2004, terwijl de technieken erachter al eerder in gebruik waren en de gevolgen pas jaren later goed zichtbaar werden.

Wie bedacht de term Web 2.0?

De term werd populair door uitgeverij O'Reilly, die in 2004 de eerste Web 2.0 Conference organiseerde en er in 2005 een uitleg bij schreef. Het woord zelf stond al in 1999 in een artikel van Darcy DiNucci, met een andere betekenis dan die het later kreeg.

Wat is het verschil tussen Web 1.0 en Web 2.0?

Bij Web 1.0 stond de inhoud vast en kon je alleen lezen; publiceren was voorbehouden aan mensen die HTML konden schrijven of een bouwer konden betalen. Bij Web 2.0 komt de inhoud uit een database en kan iedere bezoeker iets toevoegen zonder technische kennis.

Wat zijn voorbeelden van Web 2.0?

Wikipedia, YouTube, Facebook, blogs op WordPress, forums, beoordelingssites en samenwerken in een document in de browser. In Nederland waren Hyves en Marktplaats de bekendste voorbeelden.

Is Web 2.0 voorbij?

Nee, het is de normale toestand geworden. Vrijwel elke site die je vandaag gebruikt werkt volgens de principes uit die periode. Wat wel voorbij is, is de verwachting dat iedereen zijn eigen plek op internet zou houden.

Wat is Ajax?

Ajax is de manier waarop een pagina op de achtergrond gegevens ophaalt en alleen het deel bijwerkt dat verandert, zonder helemaal opnieuw te laden. De techniek stamt uit 1999 en kreeg in februari 2005 die naam. Zonder Ajax zou elke klik in een webwinkelmandje een nieuwe pagina opleveren.

Wat was Hyves?

Hyves was het Nederlandse sociale netwerk dat in 2004 begon en hier jarenlang groter was dan Facebook. Op 2 december 2013 stopte het als sociaal netwerk. Voor gebruikers verdwenen daarmee jaren aan foto's en berichten, wat laat zien wat er gebeurt als je publiek op andermans platform staat.

Wat betekent Web 2.0 voor een klein bedrijf?

Je kunt zelf publiceren zonder bouwer, wat anderen over je zeggen weegt zwaarder dan je eigen teksten, en alles wat je op een platform opbouwt is geleend. Het praktische gevolg is dat je eigen site en je eigen e-maillijst je enige echte bezit online zijn.

Mag ik een likeknop of ingesloten video op mijn site zetten?

Ja, maar niet zomaar bij het laden van de pagina. Het Europese Hof bepaalde in 2019 dat je als sitebeheerder medeverantwoordelijk bent voor de gegevens die zo'n knop doorstuurt. De gebruikelijke oplossing is dat het blok pas laadt na toestemming of na een klik van de bezoeker.

Waarom staan er ineens reclamereacties onder mijn berichten?

Omdat geautomatiseerde software alle sites afzoekt op invulvelden en die volgooit met links. Het heeft niets met de populariteit van jouw site te maken. Zet reacties op goedkeuring vooraf, gebruik een filter, of schakel ze uit als er toch nooit iemand reageert.

Heb ik nog een eigen website nodig als ik actief ben op sociale media?

Ja. Op een platform bepaalt iemand anders wie je bericht ziet, welke gegevens je krijgt en hoelang het bestaat. Je eigen site is de enige plek waar je die drie dingen zelf in de hand hebt, en je e-maillijst is het enige kanaal waarmee je mensen kunt bereiken zonder tussenpersoon.

Wat is user-generated content?

Inhoud die je bezoekers of klanten maken in plaats van jij: beoordelingen, foto's, vragen, antwoorden en berichten in een forum. Het is een van de kenmerken van Web 2.0 en voor kleine bedrijven vaak overtuigender dan eigen reclameteksten, mits je er iets van beheer op zet.

Wat is het verschil tussen Web 2.0 en Web 3.0?

Web 2.0 beschrijft iets dat al gebeurd was toen de naam bedacht werd. Web 3.0 is een naam voor plannen die nog moeten uitkomen, en de term wordt bovendien voor twee losse dingen gebruikt: machines die betekenis begrijpen, en toepassingen op blockchain. Voor een gewone bedrijfswebsite verandert er op dit moment weinig door.

Dit artikel hoort bij Internet Marketing Begrippen. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.

Een vraag over dit onderwerp?

Vertel waar je tegenaan loopt.

Maurits denkt met je mee en geeft je een praktisch antwoord.

reactie dezelfde werkdag
Maurits van Platform Pro

Vertel kort waar je aan denkt

Nu gesloten, ik reageer de volgende werkdag

Maurits leest je bericht en neemt persoonlijk contact met je op.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier