Kennisbank · Internet Marketing Begrippen
RSS.
RSS is een bestand op een website waarin de nieuwste berichten staan, in een vaste opmaak die programma's kunnen lezen. Een RSS-lezer haalt dat bestand periodiek op en laat je zien wat er nieuw is.
Het bestaat sinds eind jaren negentig, werd in 2013 doodverklaard toen Google Reader stopte, en wordt sindsdien weer meer gebruikt. WordPress maakt zo'n bestand voor je zonder dat je erom vraagt, en dat heeft twee kanten.
Hoe een feed eruitziet
Een feed is een XML-bestand: platte tekst met labels eromheen. Open je hem in je browser, dan zie je meestal een berg codeblokken, want hij is niet voor mensen bedoeld.
Bovenin staat de zender: de naam van de site, het webadres, een omschrijving en de taal. Daaronder staat een reeks losse berichten, en elk bericht heeft dezelfde velden.
- Titel. De kop van het artikel, in het label <title>.
- Link. Het adres van het artikel op je eigen site.
- Datum. Het moment van publiceren, waarop de lezer sorteert.
- Kenmerk. Een unieke aanduiding per bericht, zodat de lezer weet of hij dit al eerder heeft laten zien. Verander je die, dan verschijnt een oud artikel opnieuw als nieuw.
- Inhoud. De samenvatting, of het complete artikel, afhankelijk van je instelling.
Meer is het niet. Die eenvoud is de reden dat het formaat al meer dan vijfentwintig jaar werkt zonder dat er iemand eigenaar van is.
RSS, Atom en JSON Feed
Er zijn drie formaten in omloop en ze doen hetzelfde.
RSS 2.0 is het bekendste. De beschrijving daarvan werd in 2003 bij de Harvard-universiteit ondergebracht en daarna bevroren, dus er komt niets meer bij. Dat klinkt als een gebrek en het is de kracht ervan: een lezer uit 2005 kan de feed van vandaag nog steeds lezen.
Atom is de opvolger die in december 2005 als officiële internetstandaard werd vastgelegd, juist omdat RSS niet meer werd doorontwikkeld. Technisch is Atom strakker gedefinieerd. Voor jou als sitehouder maakt het geen verschil, want elke lezer ondersteunt beide.
JSON Feed is uit 2017 en gebruikt hetzelfde principe in een formaat dat programmeurs prettiger vinden. Je komt hem weinig tegen.
Je hoeft hier geen keuze in te maken. WordPress levert RSS 2.0 en Atom allebei, en de lezer van je bezoeker pakt wat hij tegenkomt.
Waar je feed staat bij WordPress
Achter je eigen domein gevolgd door /feed/. Dat is de hoofdfeed met je laatste berichten, en die staat aan zodra je site draait.
Er staan er meer, en dat weten weinig sitehouders. Je krijgt automatisch een aparte feed per categorie, per tag en per auteur, door /feed/ achter het adres van dat overzicht te plakken. Er is een feed voor je reacties op /comments/feed/. En zelfs je zoekresultaten zijn als feed op te vragen.
Die categoriefeeds zijn nuttiger dan ze klinken. Publiceer je over drie onderwerpen en wil een vakgenoot alleen het derde volgen, dan kan dat zonder dat jij iets hoeft in te stellen.
In de broncode van je pagina staat bovendien een verwijzing naar je feed. Daardoor vindt een RSS-lezer hem zelf zodra iemand je gewone webadres invoert. Dat is de reden dat je bezoeker nooit het exacte feedadres hoeft te kennen.
Twee instellingen bepalen wat erin komt, en die staan bij Instellingen onder Lezen: hoeveel berichten er in de feed staan, en of je de volledige tekst meestuurt of alleen een samenvatting. Dat je dit soort dingen niet zelf hoeft te bouwen is precies waarvoor je een CMS hebt.
Hoe een lezer weet dat er iets nieuws is
Hij vraagt het gewoon. Elke lezer haalt om de zoveel tijd je feedbestand op en vergelijkt wat erin staat met wat hij al had.
Dat gaat zuiniger dan het lijkt. De lezer stuurt bij zijn verzoek mee wanneer hij het bestand voor het laatst ophaalde. Is er niets veranderd, dan antwoordt je server met de code 304 en komt er geen inhoud mee terug. Hoe dat mechanisme werkt staat in het artikel over HTTP.
Hoe vaak een lezer langskomt bepaalt hij zelf, meestal ergens tussen elk kwartier en een paar keer per dag. Er is ook een afspraak waarmee een site actief kan melden dat er iets nieuws is, zodat een lezer niet hoeft te wachten. Die wordt gebruikt, alleen niet overal, dus reken erop dat je nieuwe artikel binnen een uur bij je volgers staat en niet binnen een minuut.
Voor een site met veel volgers is dat opvragen wel belasting. Blijkt je server het zwaar te hebben, kijk dan eerst of je cache ook je feed bewaart, want dat wordt vaak vergeten.
Waarom het terugkomt
Er zit geen algoritme tussen. Je ziet alles van de bronnen die je hebt gekozen, in de volgorde waarin het verscheen.
Dat klinkt als een klein verschil en het is een groot verschil. Op een tijdlijn bepaalt een platform wat je te zien krijgt, en dat is wat jou het langst vasthoudt. In een RSS-lezer bepaal jij het.
Er is geen account nodig bij de sites die je volgt, en zij weten niet dat je ze volgt. Voor de sitehouder is dat een nadeel en voor de lezer een reden om het te gebruiken.
Daarnaast is het rustiger. Geen advertenties, geen aanbevelingen, geen mensen die je niet volgt. En de laatste jaren is er nog een reden bij gekomen: platforms die opeens veranderen of verdwijnen. Een feed die je zelf in je lezer hebt gezet blijft werken, ongeacht wat er bij het platform gebeurt.
Waarmee je begint
Je hebt een lezer nodig. Feedly is de bekendste en heeft een gratis versie. Inoreader kan meer, met filters en zoekopdrachten die zelf een feed opleveren. NetNewsWire is gratis en open source voor Mac en iPhone. Wil je het op je eigen server draaien, dan zijn FreshRSS en Miniflux de gebruikelijke keuzes. En Thunderbird kan het gewoon naast je e-mail.
Zoek daarna de feeds van sites die je wilt volgen. De meeste lezers vinden hem zelf als je het gewone webadres invoert.
Begin met vijf of tien bronnen. Wie er meteen honderd toevoegt, kijkt er na twee weken niet meer naar.
Let bij het kiezen van een lezer op één ding: kun je je lijst met abonnementen exporteren. Dat gaat via een bestand in het OPML-formaat, en daarmee stap je binnen een minuut over naar een andere lezer met behoud van alles wat je volgt. Een lezer die dat niet aanbiedt, sla je over.
Wat er in 2013 gebeurde
Google kondigde in maart 2013 aan dat Google Reader op 1 juli van dat jaar zou sluiten. Dat was op dat moment veruit de meestgebruikte RSS-lezer, en de sluiting geldt als het moment waarop RSS uit beeld raakte bij het grote publiek.
Wat er daarna gebeurde is interessanter dan de sluiting zelf. Er kwam een handvol opvolgers dat er nog steeds is, en het protocol bleef gewoon werken omdat niemand het kan uitzetten. Er is geen bedrijf dat RSS bezit.
Browsers hebben het wel losgelaten. Firefox haalde in december 2018 zijn ingebouwde ondersteuning eruit, Chrome heeft die nooit standaard gehad. Daardoor is RSS iets geworden waar je bewust voor kiest in plaats van iets dat je toevallig tegenkomt, en dat verklaart waarom veel mensen denken dat het verdwenen is.
Podcasts draaien volledig op RSS
Elke podcast ter wereld is een RSS-feed. Er zit één extra veld in per aflevering, waarin het adres, het formaat en de omvang van het geluidsbestand staan. Dat veld bestond al voordat er podcasts waren.
Apple heeft er in 2005 een reeks eigen velden aan toegevoegd voor de omslagafbeelding, de categorie, de duur en de aanduiding of een aflevering grof taalgebruik bevat. Die velden zijn de standaard geworden, ook bij Spotify en de andere apps, die allemaal dezelfde feed uitlezen.
Dat is de reden dat je bij een podcast niet op één platform vastzit. Je meldt hetzelfde feedadres aan bij Apple, Spotify en de rest, en zij halen daar zelf op wat er nieuw is. Publiceer je een aflevering, dan verschijnt hij overal.
Wissel je van podcasthost, zet dan een permanente doorverwijzing van je oude feedadres naar je nieuwe. Doe je dat niet, dan blijven alle luisteraars achter bij de oude host en beginnen ze niet vanzelf opnieuw. Ik heb podcasts hun hele publiek zien verliezen op dat ene detail.
Waar je RSS nog meer voor gebruikt
- Vakbladen en blogs volgen zonder je aan te melden voor een nieuwsbrief en zonder dat je adres ergens in een lijst komt.
- Concurrenten volgen. Je ziet wat ze publiceren zonder dat je hun site hoeft te bezoeken en zonder dat het in hun statistieken opvalt.
- Video's en berichten van platforms. Elk YouTube-kanaal heeft een feed, en ook Reddit en Mastodon leveren er een bij vrijwel elke pagina.
- Meldingen omzetten. Google Alerts kan je waarschuwingen als feed leveren in plaats van als mail, wat scheelt in je postvak.
- Overheidsnieuws en vacatures. Veel overheidssites en vacatureplatforms bieden hun overzichten als feed aan, soms per zoekopdracht.
- Doorzetten naar iets anders. Met een koppeldienst laat je een feed binnenkomen in je chat, je takenlijst of je e-mail.
Dat laatste maakt RSS ook bruikbaar als je zelf niet in een lezer wilt lezen. Wat je met zulke signalen doet in je marketing staat in het artikel over social media monitoring.
Feeds in- en uitschakelen
Bij WordPress staat je feed standaard aan en dat is meestal prima. Er zijn drie situaties waarin je er iets aan wilt veranderen.
De eerste is een site zonder blog. Heb je alleen een handvol vaste pagina's, dan is je feed leeg of vrijwel leeg en heeft hij geen functie. Uitzetten kan met een kleine aanpassing in je thema of met een plugin die de feedadressen doorstuurt naar je homepage.
De tweede is je reactiefeed. Die publiceert alle reacties op je site in één stroom, inclusief de reacties die net binnen zijn. Bij een site die last heeft van comment spam is dat een etalage die je niet wilt. Die feed kun je los uitzetten.
De derde is de keuze tussen volledige tekst en samenvatting. Die staat op dezelfde plek en het is de enige van de drie waar je even over moet nadenken.
Wat je niet moet doen is je feed afschermen met een wachtwoord of hem uit je robots-bestand weren omdat je bang bent voor dubbele inhoud. Je feed schaadt je positie in Google niet. Zoekmachines kennen het formaat en gebruiken feeds vooral om nieuwe artikelen sneller te ontdekken.
Waarom een volledige feed kopiëren makkelijk maakt
Stuur je in je feed het complete artikel mee, dan lever je je hele tekst in machineleesbare vorm aan, elke dag opnieuw, aan iedereen die erom vraagt. Voor een lezer is dat prettig. Voor iemand die sites vult met andermans werk is het een geschenk: er bestaat software die niets anders doet dan feeds ophalen en de inhoud automatisch elders publiceren.
Je merkt het meestal doordat je een zin uit je eigen artikel tussen aanhalingstekens in Google intikt en je tekst op drie andere domeinen terugvindt. Soms met bronvermelding, meestal zonder.
Wat het je kost is beperkt maar niet nul. Google kiest doorgaans het origineel als het te tonen resultaat, en soms zit die keuze ernaast, zeker als de kopieermachine een sterker domein heeft dan jij.
Wat je ertegen kunt doen, in volgorde van moeite. Zet je feed op samenvatting, dan is er weinig te halen. Laat je feed elk artikel afsluiten met een regel die naar het origineel linkt, want dan komt die link mee in elke kopie. En vind je een kopie die je echt raakt, dien dan bij Google een verzoek in om het resultaat te verwijderen wegens auteursrechtinbreuk, en stuur daarnaast een sommatie naar de eigenaar of zijn hostingpartij. Je tekst is auteursrechtelijk beschermd zodra je hem schrijft, daar hoef je niets voor te registreren.
Wat het je oplevert als je zelf publiceert
Een klein publiek dat je verder niets kost. De mensen die via RSS lezen zijn vaak vakgenoten, journalisten en zware lezers, en die verwijzen relatief veel door.
Er zit ook een prettige juridische kant aan. Iemand die je feed volgt geeft je geen enkel gegeven. Je hebt geen aanmeldformulier, geen toestemming, geen afmeldlink en geen bestand met adressen dat je moet beveiligen. Bij een nieuwsbrief per e-mail ligt dat anders, want daarvoor heb je op grond van de Telecommunicatiewet vooraf toestemming nodig en moet je in elk bericht een afmeldmogelijkheid bieden.
Zet in elk geval een link naar je feed in je voettekst, want anders vindt niemand hem. Een klein pictogram of het woord RSS volstaat.
Je kunt je feed ook gebruiken om je nieuwsbrief te vullen. De meeste e-mailpakketten kunnen een campagne opbouwen uit een feed en die automatisch versturen zodra er iets nieuws in staat. Publiceer je regelmatig, dan scheelt dat elke week handwerk. Hoe je dat inpast in je bredere aanpak staat in het artikel over contentmarketing.
Wat je niet moet verwachten
Het is geen groeikanaal. De groep mensen die RSS gebruikt is klein, al leest die groep veel en vertelt hij veel door.
Je kunt bovendien nauwelijks meten hoeveel volgers je hebt. Er is geen aanmelding, dus er is niets te tellen. Het enige aanknopingspunt zit in je serverlogboek: de grote lezers melden in hun verzoek hoeveel abonnees zij voor jouw feed hebben. Wie via een eigen lezer meeleest, blijft onzichtbaar.
Zie het dus als iets dat je aanzet en verder laat staan. Een kanaal waar je op stuurt is het niet, en dat is precies waarom het weinig moeite kost.
Veelgestelde vragen over RSS
Wat betekent RSS?
RSS staat voor Really Simple Syndication. In oudere versies stond de afkorting voor Rich Site Summary en voor RDF Site Summary. De naam maakt niet uit, het gaat om hetzelfde soort bestand: een machineleesbare lijst met de nieuwste berichten van een site.
Wat is een RSS-feed precies?
Een XML-bestand op een website waarin per bericht de titel, de link, de datum en de inhoud staan. Programma's kunnen dat bestand uitlezen. Een RSS-lezer haalt de feeds op waarop jij bent geabonneerd en zet alles in één overzicht op volgorde van tijd.
Waar vind ik de RSS-feed van een website?
Probeer het webadres met /feed/ erachter, dat werkt bij vrijwel elke WordPress-site. Lukt dat niet, plak dan het gewone webadres in je RSS-lezer, want die zoekt de verwijzing zelf op in de broncode van de pagina. Staat er niets, dan heeft de site waarschijnlijk geen feed.
Heeft mijn WordPress-site automatisch een RSS-feed?
Ja. WordPress maakt er standaard een aan op je domein gevolgd door /feed/, plus aparte feeds per categorie, per tag, per auteur en voor je reacties. Je hoeft daar niets voor in te stellen en er is geen plugin voor nodig.
Hoe zet ik de RSS-feed van WordPress uit?
Met een plugin die de feedadressen doorstuurt naar je homepage, of met een kleine toevoeging in het functiebestand van je thema. Doe dit alleen als je site geen blog heeft, want anders sluit je zonder reden lezers buiten. De reactiefeed kun je los uitzetten, en dat is bij een site met veel spam vaak wel verstandig.
Bestaat RSS nog?
Ja, en het wordt breder gebruikt dan mensen denken. Elke podcast draait erop, vrijwel elke nieuwssite en elk blog levert er een, en er zijn tientallen lezers actief. Wat verdween is de zichtbaarheid: browsers hebben hun ingebouwde ondersteuning eruit gehaald en Google Reader is in 2013 gestopt.
Wat is de beste RSS-lezer?
Dat hangt af van hoeveel je leest. Feedly is de makkelijkste om mee te beginnen en heeft een gratis versie. Inoreader biedt filters, zoekopdrachten en regels. NetNewsWire is gratis voor Mac en iPhone. Wil je alles zelf beheren, dan draai je FreshRSS of Miniflux op je eigen server. Kies er een die je abonnementen als OPML-bestand laat exporteren.
Wat is het verschil tussen RSS en Atom?
Twee formaten voor hetzelfde doel. RSS 2.0 is ouder en sinds 2003 bevroren, Atom werd in 2005 als internetstandaard vastgelegd en is strakker gedefinieerd. Elke lezer ondersteunt beide, dus voor jou als sitehouder of lezer maakt de keuze niets uit.
Is een RSS-feed slecht voor mijn vindbaarheid in Google?
Nee. Zoekmachines kennen het formaat en behandelen je feed niet als een dubbele pagina. Het enige risico zit niet in de feed zelf maar in wat anderen ermee doen: een volledige feed maakt het makkelijk om je artikelen elders te herpubliceren, en dan concurreer je met kopieën van je eigen tekst.
Kan iemand mijn artikelen stelen via mijn RSS-feed?
Kopiëren wordt er in elk geval makkelijk door, want je levert je tekst kant-en-klaar aan. Er bestaat software die feeds ophaalt en de inhoud automatisch elders publiceert. Beperk je feed tot een samenvatting als je daar last van hebt, en laat elk feeditem eindigen met een link naar het origineel.
Moet ik de volledige tekst of alleen een samenvatting in mijn feed zetten?
Voor de lezer is de volledige tekst prettiger, want die hoeft dan niet door te klikken. Voor je site is een samenvatting praktischer: je haalt bezoek binnen en je maakt herpublicatie lastiger. Voor de meeste bedrijfsblogs is een samenvatting met een duidelijke link de juiste keuze. Publiceer je vooral om gelezen te worden, kies dan de volledige tekst.
Hoe werkt een podcast met RSS?
Je podcasthost maakt een feed waarin elke aflevering een verwijzing naar het geluidsbestand bevat. Dat feedadres meld je aan bij Apple Podcasts, Spotify en de andere apps. Die halen zelf op wat er nieuw is, dus je publiceert één keer en het staat overal. Wissel je van host, zet dan een permanente doorverwijzing op je oude feedadres.
Kan ik zien hoeveel mensen mijn feed volgen?
Niet precies. Er is geen aanmelding, dus er valt niets te tellen. De grote lezers melden in hun verzoek aan je server wel voor hoeveel abonnees zij ophalen, en dat kun je in je serverlogboek terugvinden. Iedereen die met een eigen lezer meeleest, blijft buiten beeld.
Kan ik een RSS-feed omzetten naar e-mail?
Ja. De meeste e-mailpakketten kunnen een campagne bouwen die zich vult uit een feed en die automatisch verstuurt zodra er iets nieuws in staat. Ook koppeldiensten kunnen een feed doorzetten naar je postvak, je chat of je takenlijst. Handig om zelf bij te blijven, en om je nieuwsbrief te vullen zonder handwerk.
Kost een RSS-feed mij bezoekers?
Bij een volledige feed leest iemand je artikel in zijn lezer en komt hij niet op je site, dus dat scheelt bezoek. Daar staat tegenover dat je iemand bereikt die anders helemaal niet was langsgekomen. Wil je het bezoek wel, zet je feed dan op samenvatting en zorg dat de titel en de eerste zinnen genoeg zeggen om door te klikken.
Dit artikel hoort bij Internet Marketing Begrippen. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.
