Kennisbank · Internet Marketing Begrippen
IP-adres.

Iedereen die een website beheert komt vroeg of laat een IP-adres tegen. Bij het verhuizen van een site, in de logboeken van de server, in een beveiligingsplugin die een bezoeker buitensluit, of in een verwerkersovereenkomst waarin staat dat er persoonsgegevens worden opgeslagen.
Het begrip zelf is simpel. Wat eromheen hangt is dat minder: twee versies van het protocol, een verschil tussen publieke en lokale adressen, een privacywet die er iets van vindt, en veel misverstanden over wat iemand er nu eigenlijk aan kan aflezen.
Hieronder staat wat een IP-adres is, hoe je dat van jezelf en van je website opzoekt, wat er wel en niet uit valt af te leiden, en wat je als websitehouder moet regelen.
Wat een IP-adres is
Een IP-adres is het nummer waarmee een apparaat op een netwerk bereikbaar is. IP staat voor Internet Protocol: de afspraak waarmee apparaten gegevens naar elkaar sturen.
Zonder zo'n adres werkt er niets. Een server die een pagina klaarzet moet weten waar hij die heen moet sturen, en dat weet hij omdat jouw adres in het verzoek zit.
Wat er gebeurt als je een pagina opent
Je typt een domeinnaam in. Je computer vraagt aan het Domain Name System welk IP-adres bij die naam hoort, want het netwerk zelf kent alleen nummers.
Met dat nummer stuurt je apparaat een verzoek naar de server, met het eigen adres als afzender erbij. De server stuurt de pagina terug naar dat afzenderadres.
Dat heen en weer gaat via een reeks tussenliggende netwerken. Elk van die stappen kijkt alleen naar het bestemmingsadres en geeft het pakketje door aan de volgende. Niemand onderweg hoeft te weten wat er in zit.
Hoe een adres eruitziet
De vorm die je het vaakst ziet is vier getallen tussen 0 en 255 met punten ertussen, zoals 145.220.14.7. Elk getal is één byte, samen 32 bits.
Daarnaast bestaat er een langere vorm met cijfers, letters en dubbele punten, zoals 2a02:a45f:12b1:1:9c2b:74cd:4e28:8ab4. Die is 128 bits lang. Waarom er twee vormen zijn, staat hieronder.
Een paar adressen hebben een vaste betekenis. 127.0.0.1 is altijd het apparaat waar je zelf op zit, ook wel localhost genoemd. In serverinstellingen betekent 0.0.0.0 meestal "luister op alle adressen van deze machine".
IPv4 en IPv6
IPv4 is de oude versie, uit 1981, en nog altijd de meest gebruikte. Met 32 bits zijn er ongeveer 4,3 miljard verschillende adressen mogelijk. In een tijd waarin een universiteit blij was met één computer aan het netwerk leek dat onuitputtelijk.
IPv6 bestaat sinds 1998 en gebruikt 128 bits. Dat levert een aantal adressen op van 39 cijfers lang. Dat raakt niet op, ook niet als elke lamp en elke thermostaat er een krijgt.
Waarom IPv4 op is
De centrale voorraad vrije IPv4-adressen is in februari 2011 verdeeld onder de vijf regionale registers. Het Europese register RIPE NCC deelde op 25 november 2019 zijn laatste vrije adressen uit.
Sindsdien is er geen nieuwe voorraad meer. Wie IPv4-adressen wil, koopt ze van een partij die er nog heeft, en daar wordt tegenwoordig serieus geld voor gevraagd.
Dat verklaart waarom je hostingpartij niet zomaar een eigen adres per site uitdeelt en waarom een dedicated IP-adres los in rekening wordt gebracht.
Waarom de overstap zo traag gaat
IPv6 is niet achterwaarts compatibel. Een apparaat dat alleen IPv4 spreekt kan een IPv6-adres niet bereiken, en andersom. Daarom draaien de meeste netwerken beide naast elkaar, wat dual stack heet.
Dat werkt, maar het betekent ook dat niemand IPv4 kan uitzetten zolang er nog iets bestaat dat alleen dat spreekt. Ruim vijfentwintig jaar na de introductie loopt de overstap nog steeds.
Wat je er als sitebeheerder van merkt
Meestal niets, tot je iets met adressen gaat doen. Drie plekken waar het misgaat:
- Bij het blokkeren. Blokkeer je een IPv4-adres, dan komt dezelfde bezoeker gewoon binnen via IPv6. Je moet beide vormen meenemen.
- In je DNS. Een A-record wijst naar een IPv4-adres, een AAAA-record naar een IPv6-adres. Staat er alleen een AAAA-record en heeft de bezoeker geen IPv6, dan is je site voor die persoon onbereikbaar.
- In logboeken en statistieken. Dezelfde bezoeker kan in je logboek als twee verschillende adressen verschijnen, afhankelijk van welke versie zijn verbinding op dat moment koos.
Publiek adres en lokaal adres
Thuis en op kantoor heb je niet één adres maar twee soorten. Dat verschil verklaart de meeste verwarring rond dit onderwerp.
Je router heeft één publiek adres, dat de buitenwereld ziet. Achter die router hebben je laptop, telefoon, printer en camera elk een eigen lokaal adres, dat alleen binnen je eigen netwerk bestaat.
De adressen die alleen binnen werken
Voor lokaal gebruik zijn drie reeksen gereserveerd, en die zie je overal terug:
- 192.168.0.0 tot 192.168.255.255. De meest voorkomende thuisreeks. Je router zit meestal op 192.168.1.1 of 192.168.0.1.
- 10.0.0.0 tot 10.255.255.255. Veel gebruikt in bedrijfsnetwerken, omdat er meer adressen in passen.
- 172.16.0.0 tot 172.31.255.255. De reeks die je het minst tegenkomt, maar bijvoorbeeld wel binnen Docker.
Deze adressen worden nooit over het open internet gerouteerd. Ze bestaan miljoenen keren naast elkaar, want jouw 192.168.1.14 en die van je buurvrouw hebben niets met elkaar te maken.
Je router deelt ze uit via DHCP, een dienst die automatisch een vrij adres toekent zodra een apparaat verbinding maakt. Het vertalen tussen binnen en buiten heet NAT: Network Address Translation. Dankzij die truc kunnen dertig apparaten in huis toe met één publiek adres, en dat is een van de redenen dat IPv4 het zo lang volhoudt.
Waarom je soms een adres deelt met onbekenden
Bij mobiel internet en bij sommige providers gaat het nog een stap verder. Daar zit ook boven jouw router nog een vertaalslag, waardoor honderden klanten samen achter één publiek adres zitten. Dat heet carrier grade NAT.
Praktisch gevolg: word je op een website geblokkeerd op adres, dan kan iemand anders daar last van krijgen die niets heeft gedaan. En andersom kun jij tegen een blokkade aanlopen die voor een ander bedoeld was. Dit is precies de reden dat je moet oppassen met hard blokkeren op IP-adres.
Vast of wisselend adres
Een dynamisch adres wijst je provider toe en kan veranderen. Bij een herstart van je modem, na een storing, of gewoon na een tijd. De meeste consumentenverbindingen werken zo.
Een statisch adres blijft hetzelfde. Servers hebben dat nodig, want een website die van adres wisselt is onbereikbaar tot het DNS is bijgewerkt.
Voor thuis heb je zelden een statisch adres nodig. Wel als je vanaf buiten bij iets in je eigen netwerk wilt, bijvoorbeeld een camera of een NAS. Providers rekenen daar meestal extra voor, of bieden het alleen op zakelijke abonnementen.
Wil je toch vanaf buiten bij je thuisnetwerk zonder statisch adres, dan is dynamische DNS het alternatief. Een klein programmaatje geeft elke adreswijziging door aan een dienst die er een vaste naam aan koppelt.
Je IP-adres opzoeken
Welk adres je zoekt hangt af van wat je wilt weten. Er zijn er drie.
Het adres van je eigen verbinding
Typ in een zoekmachine in wat je IP-adres is. Het antwoord staat bovenaan, zonder dat je ergens op hoeft te klikken. Dat is het publieke adres van je router, dus het adres dat websites van je zien.
Zit je thuis, dan zien al je huisgenoten hetzelfde adres. Zit je op kantoor, dan geldt dat voor iedereen op datzelfde netwerk.
Het adres binnen je eigen netwerk
Op een Mac vind je het onder Systeeminstellingen, Netwerk, bij de actieve verbinding. Op Windows staat het onder Instellingen, Netwerk en internet, bij Eigenschappen. Op beide werkt ook de opdrachtregel: ifconfig op macOS, ipconfig op Windows.
Dit adres begint bijna altijd met 192.168 of 10. Je hebt het nodig als je een printer instelt, een apparaat in je netwerk wilt bereiken of poorten wilt doorsturen op je router.
Het adres van een website
Open een terminal en typ ping platformpro.nl. Het adres verschijnt tussen haakjes achter de naam. Uitgebreider werkt dig platformpro.nl of nslookup platformpro.nl, die laten alle records zien.
Handig bij een verhuizing: zo controleer je of het DNS al naar de nieuwe server wijst. En handig bij storingen, want dan zie je of een site echt plat ligt of dat alleen jouw verbinding er niet bij kan.
Wat iemand aan je IP-adres kan zien
Minder dan mensen vrezen en meer dan prettig is.
Wel te zien: je internetprovider, je land, en je stad of regio bij benadering. Ook of je op een zakelijk netwerk zit, want zakelijke reeksen staan geregistreerd op naam van het bedrijf.
Niet te zien: je naam, je woonadres, je telefoonnummer, wat je op je scherm doet of welke pagina's je bezoekt.
Hoe nauwkeurig een IP-locatie is
Die locatie komt uit databanken die adresreeksen aan gebieden koppelen. Landniveau klopt vrijwel altijd. Stadsniveau klopt vaak, maar zeker niet altijd.
Bij mobiel internet is de afwijking het grootst. Dan zie je regelmatig de plaats waar de provider zijn apparatuur heeft staan, tientallen kilometers verderop. Ik zie mezelf op sommige testsites vanuit huis in Amsterdam zitten.
Een adres wijst dus naar een gebied, niet naar een deurbel. Wie beweert dat hij aan je IP-adres kan zien waar je woont, overdrijft.
Wie de koppeling naar een persoon wel kan maken
Alleen je provider weet welke klant op welk moment welk adres had. Die informatie geeft hij niet zomaar af; daar is een vordering van justitie of een rechterlijke uitspraak voor nodig.
Dat is precies waarom het bij auteursrechtzaken over illegaal downloaden altijd draait om het opvragen van klantgegevens bij de provider. Het adres alleen is niet genoeg.
Het IP-adres van een ander opzoeken
Er zijn genoeg opzoekdiensten die bij een adres de provider, het land en de geregistreerde eigenaar tonen. De officiële bron voor Europa is de databank van RIPE, waar staat welke organisatie welke reeks in beheer heeft.
Wat je daarmee krijgt is bruikbaar voor een beheerder: je ziet of aanvalspogingen van een hostingpartij komen, van een bekende crawler of van een gewone consumentenverbinding. Dat helpt bij de beslissing of je iets blokkeert.
Wat je er niet mee krijgt is een persoon. Traceerdiensten die beloven dat ze een naam bij een adres zoeken, verkopen lucht.
Je IP-adres verbergen
Volledig verbergen kan niet, want zonder afzender komt er geen antwoord terug. Wat wel kan is een ander adres tonen dan dat van jezelf.
Met een VPN
Bij een VPN loopt je verkeer versleuteld naar een server van de VPN-aanbieder, die het daarna doorstuurt. Websites zien het adres van die server. Je provider ziet nog wel dat je verkeer hebt, maar niet meer waarheen.
Dat is nuttig op openbare wifi en als je niet wilt dat je provider je surfgedrag kan meelezen. Het maakt je niet anoniem: zodra je inlogt bij een dienst weet die precies wie je bent.
Wees voorzichtig met gratis aanbieders. Een VPN-dienst kost geld om te draaien, en wie er niet voor betaalt is meestal zelf het product. Er zijn gratis VPN's geweest die precies deden wat ze zeiden te voorkomen: gegevens verzamelen en doorverkopen. Dit is wat mij betreft het belangrijkste punt uit dit hele artikel: een slechte VPN is erger dan geen VPN.
Met een proxy of Tor
Een proxyserver doet iets vergelijkbaars, maar meestal alleen voor je browser en vaak zonder versleuteling. Voor het omzeilen van een simpele blokkade voldoet dat, voor privacy niet.
Tor stuurt je verkeer via meerdere servers die elk maar een stukje van de route kennen. Dat is de sterkste vorm van de drie en ook de traagste. Voor dagelijks gebruik is het onpraktisch.
Wat verbergen niet oplost
Je adres is maar één manier waarop je gevolgd wordt, en niet eens de belangrijkste. Cookies, ingelogde accounts en browserkenmerken zoals je schermformaat, lettertypen en tijdzone leveren samen een veel scherper beeld op.
Wie een VPN aanzet en verder niets verandert, verandert in de praktijk weinig aan hoe herkenbaar hij is.
Een IP-adres is een persoonsgegeven
Dit is het deel dat voor websitehouders het meest uitmaakt, en het deel dat het vaakst wordt overgeslagen.
Het Europees Hof van Justitie oordeelde in oktober 2016 in de zaak Breyer dat ook een wisselend IP-adres een persoonsgegeven is voor een websitehouder, zodra die langs legale weg bij de gegevens kan komen die het adres aan een persoon koppelen. Sindsdien is de lijn duidelijk: sla je IP-adressen op, dan verwerk je persoonsgegevens en geldt de AVG.
Waar je site adressen opslaat
Meestal op meer plekken dan je denkt:
- De serverlogboeken. Elke webserver schrijft standaard bij elk verzoek het adres van de bezoeker weg.
- Je statistiekenpakket. Vrijwel elk pakket gebruikt het adres om de locatie te bepalen, ook als het adres zelf niet bewaard wordt.
- Formulieren. Veel formulierplugins bewaren standaard het adres bij elke inzending, als bewijs bij een aanmelding.
- Je beveiligingsplugin. Die kan niet anders, want blokkeren op adres vraagt om het bijhouden van adressen.
- Reacties onder berichten. WordPress slaat bij elke reactie het adres van de schrijver op, ook bij reacties die je nooit goedkeurt.
- Je e-mailserver. In de kopregels van elk verzonden bericht staat het adres waar het vandaan kwam.
Wat je moet regelen
Vier dingen, en geen ervan is veel werk:
- Noem het in je privacyverklaring. Schrijf op dat je IP-adressen verwerkt, waarvoor, en hoe lang je ze bewaart.
- Bewaar niet langer dan nodig. Voor beveiliging is een paar weken genoeg. Logboeken van jaren geleden dienen geen doel meer.
- Kies waar het kan voor verkorten. Een adres waarvan het laatste deel is weggelaten is genoeg voor een landbepaling en veel minder herleidbaar.
- Leg vast wie er nog meer bij kan. Je hostingpartij, je statistiekenpakket en je beveiligingsdienst zijn verwerkers. Daar hoort een verwerkersovereenkomst bij.
Over statistiek nog dit: Google Analytics 4 heeft geen instelling voor het anonimiseren van IP-adressen meer, want het pakket slaat ze zelf niet meer op. Voor Europese bezoekers wordt het adres gebruikt om de locatie te bepalen en daarna weggegooid. Adviezen die je nog tegenkomt over het aanzetten van IP-anonimisering gaan over de vorige versie en zijn verouderd.
IP-adressen blokkeren op je eigen site
Een adres blokkeren is de simpelste beveiligingsmaatregel die er is, en meteen de meest overschatte.
Wanneer het werkt
Tegen een botnet dat vanaf een handvol adressen honderden keren per minuut je inlogpagina probeert, werkt het uitstekend. Dat verkeer stopt direct en scheelt belasting op je server.
Het werkt ook goed als tijdelijke maatregel: een adres dat te vaak faalt vijftien minuten buitensluiten remt automatisch geraden wachtwoorden af, zonder dat je iets permanent dichtzet. Elke fatsoenlijke beveiligingsplugin voor WordPress doet dit standaard.
Wanneer het niet werkt
Tegen iemand die het op jou heeft gemunt heeft het weinig zin. Een nieuw adres is een kwestie van seconden en een VPN kost een paar euro per maand.
Erger is dat je met een permanente blokkade onschuldige bezoekers raakt. Door carrier grade NAT en dynamische adressen sluit je regelmatig iemand buiten die niets heeft gedaan, en die krijgt een foutmelding zonder te begrijpen waarom.
Wil je een heel land buitensluiten, bedenk dan dat je daarmee ook Nederlanders op vakantie treft en je eigen medewerker die vanuit het buitenland inlogt. Ik doe dat alleen op inlogpagina's en beheerschermen, nooit op de site zelf.
Het IP-adres van je website
Je domeinnaam en het IP-adres van je server zijn twee losse dingen, verbonden door een DNS-record. Dat losse verband is precies wat een verhuizing mogelijk maakt.
A-record en AAAA-record
Een A-record koppelt je domeinnaam aan een IPv4-adres. Een AAAA-record doet hetzelfde voor IPv6. Verhuis je naar een andere hostingpartij, dan wijzig je die records naar het adres van de nieuwe server.
Vergeet daarbij het AAAA-record niet als het er is. Ik heb verhuizingen gezien waarbij het A-record netjes was aangepast en het oude AAAA-record bleef staan. Gevolg: iedereen met IPv6 kwam nog op de oude server terecht en zag een verouderde site, terwijl de eigenaar niets geks zag.
Verhuizen zonder gat
Elk DNS-record heeft een TTL, de tijd die andere servers het antwoord mogen onthouden. Staat die op 24 uur, dan blijven bezoekers na de wijziging nog een dag op de oude server komen.
Zet de TTL daarom een dag van tevoren op vijf minuten. Dan is de omschakeling vrijwel meteen zichtbaar en kun je zonder gedoe terug als er iets misgaat. Na de verhuizing zet je hem weer op de normale waarde.
Laat de oude site bovendien nog een paar dagen staan. Zolang er ergens een oud antwoord in het geheugen zit, komt daar verkeer op uit.
Een eigen adres of een gedeeld adres
Op gedeelde hosting deel je één IP-adres met tientallen tot honderden andere sites. De server weet aan de hostnaam in het verzoek welke site hij moet tonen.
Vroeger had je een eigen adres nodig voor een SSL-certificaat. Dat is al lang niet meer zo: sinds SNI kunnen meerdere certificaten op één adres draaien. Een eigen adres is nu vooral interessant voor e-mail.
IP-adres en e-mail
Bij e-mail telt het adres waar je vandaan verstuurt zwaarder dan waar dan ook. Ontvangende partijen als Gmail en Microsoft houden per verzendend adres een reputatie bij.
Verstuur je vanaf de gedeelde server waar ook je website op staat, dan deel je die reputatie met alle andere klanten op die machine. Eén klant met een besmet formulier of een gehackte site, en jouw nieuwsbrief belandt bij de ontvanger in de map ongewenst.
Daarom stuur ik zakelijke mail nooit rechtstreeks vanaf de webserver, maar via een verzenddienst met eigen adressen die daar hun werk van maken. Dat kost een paar euro per maand en scheelt een hoop uitzoekwerk als er berichten niet aankomen.
Wat er verder bij hoort: een PTR-record dat het adres terugvertaalt naar de juiste naam, en de instellingen SPF, DKIM en DMARC in je DNS. Ontbreekt dat, dan komt je mail slecht aan, hoe goed je adres ook staat aangeschreven.
Als er een proxy voor je site staat
Draait je site achter Cloudflare of een vergelijkbare dienst, dan komt al het verkeer bij je server binnen vanaf die dienst. Je server ziet dus niet het adres van je bezoeker, maar dat van de tussenpartij.
Dat merk je pas als iets vreemd gaat. In je logboek staat overal hetzelfde adres. Je statistiek denkt dat alle bezoekers uit hetzelfde land komen. Je beveiligingsplugin blokkeert bij één verkeerde inlogpoging in één klap alle bezoekers, want die zitten er voor haar gevoel allemaal achter hetzelfde adres.
De oplossing is je server of je site laten kijken naar de kopregel waarin het echte adres wordt meegestuurd, meestal X-Forwarded-For of CF-Connecting-IP. De meeste hostingpakketten en beveiligingsplugins hebben daar een instelling voor. Zet die aan zodra je zo'n dienst ervoor plaatst, niet pas als je een probleem hebt.
IP-adres en SEO
Hier leven de hardnekkigste verhalen, dus even de feiten.
Gedeelde hosting is geen probleem. Google heeft meermaals bevestigd dat sites niet lager scoren omdat er twijfelachtige sites op hetzelfde adres staan. Anders zou iedereen op gedeelde hosting kansloos zijn.
Het land van je server telt nauwelijks mee. Voor de vraag op welke markt je site zich richt kijkt Google naar je domeinextensie, je taal, je inhoud en je instellingen in Search Console. De locatie van de server is hooguit een zwak signaal.
Snelheid telt wel mee. En daar heeft de afstand tot je bezoeker invloed op. Voor een Nederlandse doelgroep is een server in Europa gewoon sneller dan een server in Texas. Kies je hosting op snelheid en betrouwbaarheid, niet op een vermeend rangschikkingsvoordeel.
Zorg dat zoekmachines binnenkomen. Dit gaat vaker mis dan de rest bij elkaar. Een te scherp ingestelde firewall of een blokkade op een hele adresreeks kan de crawler van Google buitensluiten. Controleer in Search Console of je pagina's opgehaald kunnen worden voordat je gaat zoeken naar andere verklaringen voor wegzakkende posities.
Geografische blokkades
Streamingdiensten, webshops en overheidssites tonen soms andere inhoud of weigeren toegang op basis van je IP-locatie. Dat gebeurt om licentieredenen, om prijzen per markt te scheiden, of omdat een dienst simpelweg alleen voor één land bedoeld is.
Met een VPN in het gewenste land omzeil je dat vaak, al zijn de grote streamingdiensten steeds beter in het herkennen van bekende VPN-adressen. Let er wel op dat je met het omzeilen van zo'n blokkade meestal in strijd handelt met de voorwaarden van de dienst.
Wil je zelf inhoud richten op een gebied, dan is een blokkade zelden het juiste middel. Geografische targeting via aparte pagina's per regio werkt beter en is voor zoekmachines veel begrijpelijker.
Veelgestelde vragen over IP-adressen
Kan iemand mijn adres achterhalen via mijn IP-adres?
Nee. Uit een IP-adres komt hooguit je provider en je regio bij benadering. Alleen je provider weet welke klant achter een adres zat, en die geeft dat alleen af aan justitie of na een rechterlijke uitspraak.
Is het erg als iemand mijn IP-adres weet?
Op zichzelf niet. Elke website die je bezoekt weet het, want anders kan die geen pagina terugsturen. Vervelend wordt het pas als iemand het gebruikt om je verbinding te overbelasten, en dat gebeurt vrijwel alleen in de wereld van online gamen.
Verandert mijn IP-adres vanzelf?
Bij de meeste thuisverbindingen wel, al gaat het soms maanden goed. Trek je je modem een tijdje uit het stopcontact, dan krijg je meestal een nieuw adres. Zeker is dat niet, want dat hangt af van je provider.
Wat is het verschil tussen mijn IP-adres en mijn MAC-adres?
Je IP-adres hoort bij je verbinding en verandert als je van netwerk wisselt. Je MAC-adres zit vast in de netwerkkaart van het apparaat zelf en gaat het internet niet op. Websites kunnen je MAC-adres niet zien.
Heb ik een VPN nodig?
Voor gewoon internetten thuis is het niet nodig. Op openbare wifi is het verstandig, en het helpt als je niet wilt dat je provider je surfgedrag kan meelezen. Neem dan wel een betaalde dienst.
Hoeveel apparaten kunnen één IP-adres delen?
Achter één publiek adres passen honderden apparaten, omdat je router het verkeer per apparaat uit elkaar houdt. Bij mobiel internet delen zelfs klanten van dezelfde provider hetzelfde publieke adres.
Waarom zie ik in mijn statistieken steeds hetzelfde adres?
Bijna altijd omdat er een proxy of een dienst als Cloudflare voor je site staat en je server het adres van die dienst registreert in plaats van dat van de bezoeker. Zet de instelling aan die het doorgestuurde adres uitleest.
Moet ik IP-adressen vermelden in mijn privacyverklaring?
Ja, als je site ze opslaat, en dat doet vrijwel elke site via de serverlogboeken. Zet erbij waarvoor je ze gebruikt en hoe lang je ze bewaart.
Heeft mijn website een eigen IP-adres nodig?
Voor een gewone site niet. Op gedeelde hosting werkt alles prima, ook beveiligde verbindingen. Een eigen adres is vooral zinvol als je zelf veel e-mail verstuurt en de reputatie in eigen hand wilt houden.
Wat betekent 127.0.0.1?
Dat is localhost: het apparaat waar je zelf op werkt. Verwijst een adres daarnaartoe, dan blijft het verkeer binnen de machine en gaat het netwerk niet op. Je komt het vooral tegen bij lokale ontwikkelomgevingen.
Kan ik zien wie mijn website bezoekt aan de hand van IP-adressen?
Bij consumenten niet. Bij zakelijke bezoekers soms wel, omdat zakelijke adresreeksen op naam van een bedrijf staan. Daar zijn diensten voor, maar de betrouwbaarheid valt tegen: veel medewerkers werken thuis of mobiel, en dan zie je alleen hun provider.
Dit artikel hoort bij Internet Marketing Begrippen. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.
