Kennisbank · Webdevelopment
Wat is webhosting?

Webhosting is de ruimte op een server waar de bestanden en de database van je website staan, zodat iedereen op internet ze kan opvragen. Zonder hosting bestaat je site alleen op je eigen computer.
Een domeinnaam is iets anders. Dat is het adres, hosting is het pand waar dat adres naartoe wijst. Je kunt allebei bij dezelfde partij afnemen of bewust bij twee verschillende, en dat laatste heeft voordelen waar ik verderop op terugkom.
Wat er gebeurt als iemand je adres intikt
De browser weet je domeinnaam maar niet waar de server staat. Hij vraagt dat op via het Domain Name System en krijgt een IP-adres terug. Pas daarna kan hij verbinding maken.
Op dat IP-adres draait een webserver: Apache, NGINX of LiteSpeed. Bij een afbeelding stuurt die het bestand terug en is het klaar. Bij een WordPress-pagina begint het werk: de webserver start PHP, PHP haalt je teksten, menu-items en instellingen uit de database, bouwt daar een pagina van en stuurt die terug als HTML.
Dat gebeurt bij elke bezoeker opnieuw, tenzij er caching tussen zit. Daarom merk je hosting aan de tijd tot het eerste teken binnenkomt. Is die hoog, dan zit het probleem in PHP, in de database of in de afstand tot de server, en niet in je afbeeldingen.
Hosting, domeinnaam en beheer zijn drie losse dingen
Je domeinnaam huur je per jaar via een registrar. Voor een .nl-adres loopt dat via SIDN, de organisatie die het Nederlandse achtervoegsel beheert. Wil je je domein later ergens anders onderbrengen, dan vraag je bij je huidige partij een verhuistoken op. Zonder dat token komt je .nl-naam niet in beweging, en ik heb verhuizingen dagen zien stilliggen omdat niemand wist bij wie die aanvraag lag.
Zorg ook dat het domein op jouw naam staat en niet op die van je bouwer. Dat klinkt vanzelfsprekend, en toch gaat het vaak mis, waarna je bij een ruzie of een faillissement je adres kwijt bent. Welke keuzes je verder hebt bij een adres staat in het artikel over topleveldomeinen.
Beheer is het derde ding. Hosting levert de machine, jij of iemand anders houdt de software erop bij.
De soorten hosting en voor wie ze bedoeld zijn
De indeling gaat over hoeveel je deelt en hoeveel je zelf regelt. Meer geld betekent minder buren of minder eigen werk.
Gedeelde hosting
Je site staat samen met tientallen tot honderden andere sites op één machine. De goedkoopste vorm, en voor een eenvoudige site met bescheiden bezoek prima. Het nadeel merk je als een buurman piek heeft: dan wordt jouw site trager zonder dat jij iets deed.
Er zitten ook limieten op het aantal PHP-processen dat tegelijk mag draaien. Kom je daaraan, dan krijgen bezoekers een foutmelding of een pagina die blijft laden. Dat gebeurt eerder bij een webshop dan bij een site met tien pagina's.
Managed WordPress hosting
Dezelfde techniek, maar ingericht voor WordPress. Caching staat goed, PHP is actueel, back-ups draaien en meestal doet de partij ook de kernupdates. Voor een bedrijfssite die klanten moet opleveren vind ik dit vaak de verstandigste keuze.
Let wel op de beperkingen. Sommige partijen verbieden bepaalde plugins, en caching die je niet kunt uitzetten maakt het testen van een formulier lastig.
VPS
Een virtual private server is een afgeschermd deel van een fysieke machine met eigen geheugen en eigen rekenkracht. Je buren kunnen je niet meer omvertrekken. Je krijgt er beheer voor terug: updates van het besturingssysteem, de webserver en de firewall zijn dan van jou, tenzij je een beheerde variant afneemt.
Zonder iemand die Linux kent is een onbeheerde VPS een slecht idee. Een verwaarloosde server is onveiliger dan de gedeelde hosting die je ervoor had.
Eigen server en cloudhosting
Een hele machine voor jou alleen is zinvol bij zwaar verkeer of software die veel geheugen vraagt. Voor een gewone bedrijfssite is het weggegooid geld.
Bij cloudhosting beweegt de capaciteit mee: bij een piek komt er een machine bij, bij rust valt hij weg, en je betaalt naar gebruik. Prettig bij campagnes en onvoorspelbaar bij een vast budget, want een aanval of een uit de hand gelopen zoekrobot laat je rekening oplopen.
Wat WordPress echt nodig heeft
De pakketvergelijkingen gaan over opslag en dataverkeer, terwijl je site struikelt over drie andere dingen: de PHP-versie, het beschikbare geheugen en de database.
De PHP-versie
WordPress draait officieel vanaf PHP 7.4. Dat is een ondergrens en geen advies. Oudere versies krijgen geen beveiligingsupdates meer, en elke nieuwe versie van PHP is meetbaar sneller dan de vorige.
PHP 8.1 kreeg eind 2025 zijn laatste beveiligingsupdate. Draai je daar nog op, dan zit je op software die niemand meer repareert. Bij een fatsoenlijke hostingpartij wissel je de versie zelf in het controlepaneel, per site of per map.
Doe dat wel in de goede volgorde. Zet eerst een kopie van je site op de nieuwe versie, kijk of de foutmeldingen leeg blijven, en schakel daarna pas je echte site om. Oude plugins en een verouderd thema zijn de gebruikelijke breekpunten.
Geheugen en processen
WordPress zet zijn eigen geheugenlimiet standaard op 40 megabyte, bij een multisite op 64. Dat is krap. Een webshop of een site met een paginabouwer wil daar ruim boven zitten; WooCommerce vraagt in zijn systeemstatus om 256 megabyte.
Loop je tegen die grens aan, dan krijg je een witte of halve pagina zonder foutmelding. Dat is het lastigste soort storing, want er staat niets in beeld dat je verder helpt.
Er is nog een instelling die niemand kent tot het misgaat: het maximum aantal invoervelden dat PHP in één verzoek accepteert. Staat dat op de standaardwaarde en heb jij een lang menu of een uitgebreid formulier, dan verdwijnt de rest van je opgeslagen gegevens zonder waarschuwing.
De database
WordPress bewaart alles wat geen bestand is in een MySQL- of MariaDB-database: teksten, instellingen, gebruikers, bestellingen en formulierinzendingen. De vereiste versie is de afgelopen jaren opgeschoven, dus een pakket dat nog op een oude databaseversie draait is een teken aan de wand.
Kijk verder of je erbij kunt via phpMyAdmin of de opdrachtregel, en hoe groot een import mag zijn. Dat laatste bepaalt of je een site van elders er zonder trucs op krijgt.
Taken die op tijd moeten draaien
WordPress plant taken zoals updates, geplande berichten en het opruimen van oude gegevens via een eigen klok. Die klok tikt alleen als er iemand op je site komt. Op een rustige site lopen geplande taken daardoor achter, soms uren.
Een hostingpartij die je een echte cronjob laat instellen lost dat op. Je zet de ingebouwde klok uit en laat de server hem elke vijf of tien minuten aftrappen.
Waarom een server in Nederland of Europa uitmaakt
Er zijn twee redenen, en ze staan los van elkaar.
Snelheid
Een verzoek naar een server aan de andere kant van de oceaan kost tientallen milliseconden per keer heen en weer, alleen al door de afstand. Dat lijkt weinig. Alleen gaat een pagina niet één keer heen en weer maar tientallen keren: de DNS-vraag, de verbinding, de beveiligde handdruk, de pagina zelf, de stijlbestanden, de scripts en de afbeeldingen.
Voor bezoekers die vrijwel allemaal uit Nederland komen is een Nederlandse of Duitse server daarom sneller. Een netwerk dat je bestanden wereldwijd verspreidt helpt voor afbeeldingen en stijlbestanden, maar de pagina zelf komt nog steeds bij je eigen server vandaan. Wat zo'n netwerk wel en niet oplost staat in het artikel over Cloudflare.
De AVG
Op je server staan persoonsgegevens: formulierinzendingen, klantaccounts, bestellingen, logbestanden met IP-adressen. Je hostingpartij verwerkt die voor jou, dus heb je met die partij een verwerkersovereenkomst nodig. Dat staat in artikel 28 van de AVG.
Staat de server buiten de Europese Economische Ruimte, dan komt daar een laag bij. Het Hof van Justitie schrapte in juli 2020 de toenmalige regeling voor gegevensverkeer met de Verenigde Staten. Sinds juli 2023 is er een nieuw adequaatheidsbesluit, het EU-US Data Privacy Framework, waar Amerikaanse partijen zich apart voor moeten aanmelden.
Daar komt de Amerikaanse CLOUD Act uit 2018 bij. Die geeft Amerikaanse autoriteiten toegang tot gegevens die bij Amerikaanse bedrijven staan, ook als de servers in Europa staan. Voor een kapsalon weegt dat licht. Voor een praktijk, een advocatenkantoor of een school ligt het anders.
Europese hosting maakt die hele discussie korter. Dat is voor mij de doorslaggevende reden om het dichtbij te houden.
Snelheid zit in meer dan de plek van de server
Hosting bepaalt de bodem van je laadtijd, niet het plafond. Een trage site op snelle hosting blijft traag.
De volgorde waarin ik kijk is vast. Eerst caching: laat de server een kant-en-klare pagina bewaren, zodat PHP en de database niet bij elke bezoeker aan het werk hoeven. Dan de opcode-cache van PHP, die op elke hosting hoort aan te staan. Dan een blijvende objectcache met Redis of Memcached, die databasevragen onthoudt; WordPress meldt in het schermpje Websitestatus zelf dat die ontbreekt.
Pas daarna kom je bij afbeeldingen, en daar zit voor de meeste sites de grootste winst per uur werk. Hoe je die verkleint zonder ze zichtbaar te verpesten staat in het artikel over Shortpixel.
Back-ups en wie daarvoor verantwoordelijk is
Bijna elke hostingpartij maakt back-ups. Lees de voorwaarden voordat je daarop leunt, want vrijwel altijd staat er dat de back-up een service is en dat de klant zelf verantwoordelijk blijft voor zijn gegevens. Niet flauw bedoeld: alleen jij weet welke versie van je site de goede was.
Wat een bruikbare back-up onderscheidt van een geruststellende:
- Ergens anders. Een kopie op dezelfde server is geen back-up. Bij serverpech of gijzelsoftware is hij net zo hard weg als het origineel.
- Bestanden en database samen. Een database zonder de bijbehorende afbeeldingen en plugins levert een site op die niet start.
- Meerdere dagen terug. Een besmetting merk je zelden dezelfde dag. Met alleen de kopie van gisteren zet je de besmetting terug.
- Zelf terug te zetten. In je eigen controlepaneel, zonder ticket dat pas maandag wordt opgepakt.
- Getest. Zet er eens per jaar eentje terug op een testomgeving. Anders weet je pas of hij werkt op het moment dat het moet lukken.
Maak zelf ook een kopie voordat je iets ingrijpends doet, en houd er één buiten je hostingpartij.
SSL en het slotje
Een SSL-certificaat versleutelt het verkeer tussen de bezoeker en je server. Zonder certificaat zetten browsers je site weg als niet veilig, en formuliergegevens gaan leesbaar over de lijn. Hoe die versleuteling werkt staat in het artikel over SSL-certificaten.
Betalen hoeft niet. Let's Encrypt geeft gratis certificaten uit en vrijwel elke hostingpartij heeft dat ingebouwd. Die zijn negentig dagen geldig en worden automatisch vernieuwd. Die korte looptijd is met opzet: hij dwingt af dat het vernieuwen geautomatiseerd is. Het CA/Browser Forum, waar browsermakers en certificaatuitgevers hun afspraken maken, besloot in 2025 de maximale geldigheid in stappen verder te verkorten.
Twee dingen gaan er in de praktijk mis. Het certificaat vernieuwt niet omdat je DNS ergens anders naartoe wijst dan je hosting, waardoor de controle mislukt. En je site laadt na de omzetting nog losse afbeeldingen of scripts over een onbeveiligde verbinding, waardoor het slotje wegblijft. Dat laatste zie je in de foutconsole van je browser, niet aan de pagina zelf.
E-mail bij je hosting of ergens apart
Bijna elk hostingpakket levert e-mail mee. Verleidelijk, want het kost niets extra en het staat op één factuur. Ik raad het meestal af.
De reden is risicospreiding. Verhuis je je site, dan verhuist je mail mee, en bij een misser ligt je klantcontact er net zo hard bij als je website. Wordt je site gehackt en gaat hij spam versturen, dan raakt het IP-adres van diezelfde server op zwarte lijsten en komt je gewone post niet meer aan. Op gedeelde hosting deel je die verzendreputatie bovendien met je buren.
De oplossing is je mail bij een aparte partij onderbrengen en in je DNS de MX-regels daarheen te laten wijzen. Je website en je mail hebben dan niets meer met elkaar te maken.
Zorg in beide gevallen dat SPF, DKIM en DMARC in je DNS staan. Google en Yahoo eisen sinds februari 2024 van partijen die grotere hoeveelheden post versturen dat hun mail ondertekend is en dat afmelden met één klik werkt. Microsoft voerde in 2025 vergelijkbare eisen in voor Outlook.com en Hotmail.
Verhuizen zonder dat je site offline gaat
Verhuizen kan altijd en het vraagt om een vaste volgorde. Zet nooit als eerste stap je domein om.
Zet eerst een volledige kopie van je site bij de nieuwe partij neer, bestanden en database, en test die daar terwijl je oude site doordraait. Dat kan door in het hosts-bestand van je eigen computer je domeinnaam alvast naar het nieuwe IP-adres te laten wijzen. Jij ziet dan de nieuwe server, de rest van de wereld nog de oude.
Verlaag daarna de bewaartijd van je DNS-instellingen, de TTL, naar bijvoorbeeld vijf minuten. Doe dat minstens een dag van tevoren, want de oude bewaartijd loopt eerst nog uit. Zonder die stap blijven providers je oude adres uren onthouden.
Wijs vervolgens je domein naar de nieuwe server en houd je oude hosting nog een week of twee draaiend. Zolang de omschakeling rondgaat komen er nog bezoekers en formulierinzendingen op de oude machine binnen. Zet je daar een tijdelijke pagina neer of gooi je hem leeg, dan verlies je precies die inzendingen.
Zeg pas op als je hebt gecontroleerd dat je formulieren mail versturen, dat je certificaat op de nieuwe plek werkt, dat je omleidingen mee zijn verhuisd en dat er niets in het foutlogboek staat. En verhuis je mail liever niet op dezelfde dag als je website.
Waar goedkope hosting je pijn doet
Hosting van een paar euro per maand is geen oplichterij. Het is een ander product dan het lijkt, en je merkt het verschil op de verkeerde momenten.
De prijs na het eerste jaar. Aanbiedingen gelden voor de eerste periode. Daarna gaat het naar het normale tarief, dat een veelvoud kan zijn. Kijk naar de verlengprijs, niet naar de instapprijs.
Wat onbeperkt betekent. Onbeperkte opslag en onbeperkt verkeer bestaan niet. In de voorwaarden staat een clausule over redelijk gebruik, en die wordt ingeroepen op het moment dat je hem tegenkomt.
Overvolle servers. Hoe goedkoper het pakket, hoe meer sites er op dezelfde machine staan. Je merkt het aan laadtijden die per uur verschillen.
Ondersteuning per formulier. Een chatvenster met standaardantwoorden of een ticket dat de volgende werkdag wordt beantwoord. Op de dag dat je site plat ligt, is dit het duurste onderdeel van je goedkope pakket.
Geen testomgeving en geen toegang. Geen plek om een update te proberen, geen SSH, geen volledige export van je database. Dus stel je updates uit, en als je weg wilt zit je vast.
Geen keuze in PHP. De partij bepaalt op welke versie je draait. Loopt die achter, dan loop jij achter, en dat kun je zelf niet oplossen.
Wat er in het pakket zit en wat je zelf blijft doen
Hosting is niet hetzelfde als onderhoud. Ook bij een goede partij blijf je zelf verantwoordelijk voor je WordPress-kern, je plugins en je thema, tenzij je dat uitdrukkelijk hebt uitbesteed.
Onderhoud is een vaag woord waar verschillende dingen onder verkocht worden. Vraag om een opsomming: worden updates uitgevoerd of alleen gemeld, wordt er daarna gekeken of de site en de formulieren nog werken, en wie repareert het als een update iets sloopt. De beveiliging van je site hoort in dat rijtje: een hostingpartij bewaakt de machine, niet jouw inlogpagina of jouw verouderde plugin. Wat je daar zelf aan doet staat in het artikel over het beveiligen van een WordPress-website.
Zit je site op WordPress.com, dan ligt die verdeling anders, want daar zijn hosting en software één product. Het verschil staat in het artikel over WordPress.com tegenover WordPress.org.
Beschikbaarheid, ondersteuning en de kleine lettertjes
Beschikbaarheid wordt in percentages verkocht. Reken ze om, want ze klinken beter dan ze zijn. Negenennegentig komma negen procent per jaar staat voor bijna negen uur waarin je site eruit mag liggen zonder dat de leverancier iets heeft gebroken.
Interessanter is wat er gebeurt als het misgaat. Is er een statuspagina, en kun je op zondag iemand bereiken? Bel een keer met een simpele vraag voordat je klant wordt. Kijk ook wat er staat over opzegtermijnen en over het meenemen van je gegevens.
Op Europees niveau veranderde er iets voor deze markt. De NIS2-richtlijn, die eisen stelt aan de digitale weerbaarheid van onder meer hostingbedrijven en datacentra, moest op 17 oktober 2024 in nationale wetgeving zijn omgezet. Nederland was daar later mee, met de Cyberbeveiligingswet. Voor jou betekent het dat serieuze partijen hun incidentafhandeling en meldplichten op orde brengen, en dat je daarnaar mag vragen.
Wat het mag kosten en hoe je kiest
Voor een eenvoudige site zonder veel bezoek is een paar euro per maand realistisch. Voor een WordPress-site waar je bedrijf van draait, met dagelijkse back-ups op een andere plek, een testomgeving en iemand die opneemt, zit je in een andere categorie. Dat verschil is geen marge maar werk.
Zet het af tegen wat een dag stilstand je kost. Voor een webshop is dat de omzet van die dag. Voor een dienstverlener zijn het de aanvragen die uitblijven, en die mis je zonder het te merken.
Bij het kiezen let ik op drie dingen die zelden op een vergelijkingspagina staan: kan ik zelf een back-up terugzetten, kan ik zelf de PHP-versie kiezen, en is er een testomgeving.
Veelgestelde vragen over webhosting
Wat is het verschil tussen een domeinnaam en webhosting?
De domeinnaam is het adres dat mensen intikken, de hosting is de ruimte waar je website staat. Je kunt een domeinnaam hebben zonder hosting en andersom. Je koppelt ze via DNS, waarin staat naar welke server je naam wijst.
Welke hosting heb ik nodig voor een WordPress-website?
Voor een gewone bedrijfssite volstaat goede gedeelde hosting of een pakket dat op WordPress is ingericht. Kijk of je een actuele PHP-versie kunt kiezen, of er dagelijkse back-ups zijn die je zelf kunt terugzetten en of er genoeg geheugen is. Een VPS heb je pas nodig bij zwaar verkeer of bijzondere software.
Hoeveel opslag en dataverkeer heb ik nodig?
Minder dan de pakketten suggereren. Een bedrijfssite met een paar honderd pagina's blijft doorgaans ruim onder de ruimte van een instappakket. Vol raakt het meestal door video, ongecomprimeerde afbeeldingen en oude back-ups die op dezelfde server blijven staan.
Wat betekent onbeperkte hosting?
Dat er geen harde grens in de folder staat, niet dat er geen grens is. In de voorwaarden staat een bepaling over redelijk gebruik. Vraag naar de werkelijke limieten op processen en op gelijktijdige bezoekers, want die bepalen wanneer je site het opgeeft.
Moet mijn server in Nederland staan?
Niet per se, maar in Nederland of elders in Europa is voor Nederlandse bezoekers sneller en onder de AVG eenvoudiger uit te leggen. Verwerk je gevoelige gegevens, zoals bij een zorgpraktijk of een school, dan is Europese hosting de rustigste keuze.
Is gratis hosting een optie?
Voor een oefensite wel, voor een bedrijfssite niet. Je krijgt geen fatsoenlijke back-ups, geen ondersteuning en vaak geen eigen domeinnaam. Bij een storing sta je alleen.
Wie is verantwoordelijk voor mijn back-ups?
Juridisch vrijwel altijd jij. Bijna elke hostingpartij noemt de back-up een service en legt de verantwoordelijkheid voor de gegevens bij de klant. Ga er dus vanuit dat je zelf een kopie moet hebben buiten je hostingomgeving, en test eens per jaar of terugzetten werkt.
Hoe weet ik of mijn hosting te traag is?
Kijk naar de tijd tot het eerste teken van de server binnenkomt, de time to first byte. Blijft die hoog terwijl je pagina licht is en caching aanstaat, dan ligt het aan de server. Is de eerste reactie snel maar duurt het opbouwen lang, dan zit je probleem in afbeeldingen, scripts of je thema.
Kan ik mijn website verhuizen zonder dat hij offline gaat?
Ja, mits je in de goede volgorde werkt. Bouw de site eerst volledig op bij de nieuwe partij, test hem daar via je hosts-bestand, verlaag een dag van tevoren de TTL van je DNS en zet pas daarna je domein om. Laat de oude omgeving nog een week of twee draaien.
Moet ik mijn e-mail bij dezelfde partij afnemen als mijn hosting?
Het hoeft niet en ik raad het meestal af. Door je mail apart onder te brengen blijft je klantcontact overeind als er iets met je website gebeurt, en deel je je verzendreputatie niet met de andere sites op je server. Je regelt dat met MX-regels in je DNS.
Wat is het verschil tussen hosting en onderhoud?
Hosting levert de machine en houdt die draaiend. Onderhoud gaat over de software erop: updates van WordPress, plugins en thema, en ingrijpen als er iets stuk is. Sommige pakketten bevatten een deel daarvan, dus vraag om een concrete opsomming.
Welke PHP-versie moet ik instellen?
De hoogste versie waarop je site zonder fouten draait, en in elk geval een versie die nog beveiligingsupdates krijgt. Test dat op een kopie voordat je omschakelt. Werkt je site alleen op een oude versie, dan loopt een plugin of je thema achter.
Heb ik een verwerkersovereenkomst met mijn hostingpartij nodig?
Ja, zodra er persoonsgegevens op de server staan, en dat is bij vrijwel elke website het geval. Artikel 28 van de AVG vraagt erom. De meeste Nederlandse hostingpartijen hebben een standaardovereenkomst die je in je account kunt ophalen.
Dit artikel hoort bij Webdevelopment. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.
