Kennisbank · Internet Marketing Begrippen
CMS.
CMS staat voor contentmanagementsysteem: software waarmee je zelf de inhoud van je website beheert zonder dat je code hoeft aan te raken. Je logt in, past een tekst aan, zet er een foto bij en klikt op opslaan.
Zonder zo'n systeem moet daarvoor een bestand worden bewerkt en op een server gezet. Met een CMS staat je tekst in een database en bouwt de software de pagina op het moment dat iemand hem opvraagt.
Wat er gebeurt als iemand je pagina opent
Bij een gewone HTML-pagina staat er een bestand op de server dat letterlijk wordt teruggestuurd. Bij een CMS staat er geen pagina. Er staat een sjabloon en er staat een database. Vraagt een bezoeker je pagina op, dan start de server een programma, dat programma haalt je tekst, je menu, je koppen en je afbeeldingen uit de database, giet het geheel in het sjabloon en stuurt het resultaat terug.
Bij WordPress is dat programma geschreven in PHP en staat de inhoud in een MySQL- of MariaDB-database. Dat rekenwerk gebeurt in principe bij elk bezoek opnieuw.
Daarom hoort er bij vrijwel elke CMS-site een cache. Die bewaart de opgebouwde pagina en serveert de volgende bezoeker die kopie, zodat het rekenwerk niet telkens opnieuw hoeft. Merk je dat een aanpassing niet zichtbaar wordt, dan kijkt je bezoeker bijna altijd naar zo'n bewaarde kopie. Cache legen is de eerste handeling voordat je gaat zoeken naar een echte fout.
Wat je zelf kunt aanpassen
Teksten, afbeeldingen, menu's, pagina's, categorieën en de volgorde waarin dingen staan. Dat is het gewone werk waar een CMS voor bedoeld is.
Daarnaast krijg je een paar dingen cadeau die je zelf nooit zou bouwen. Een mediabibliotheek die van elke geüploade foto meerdere formaten maakt. Een prullenbak. Een planning waarmee je een bericht op donderdag om acht uur laat verschijnen. En versiebeheer: WordPress bewaart elke opgeslagen versie van een pagina als revisie, dus een tekst die per ongeluk is overschreven haal je terug zonder dat er een back-up aan te pas komt.
Hoe de bewerkschermen eruitzien verschilt sterk. WordPress kreeg in december 2018 met versie 5.0 de blokkeneditor, waarin je een pagina opbouwt uit losse blokken. Sinds versie 5.9 uit januari 2022 kun je bij bepaalde thema's ook de koptekst, de voettekst en de sjablonen zelf in die editor aanpassen.
Veel bedrijfssites gebruiken daarnaast een paginabouwer zoals Beaver Builder, Elementor of Divi. Let op wat er gebeurt als je die laag ooit uitzet, want dan blijft er bij sommige bouwers weinig bruikbaars over.
Gebruikers en rechten
Een CMS laat je meerdere mensen toegang geven met verschillende bevoegdheden. WordPress kent vijf rollen: beheerder, redacteur, auteur, medewerker en abonnee. Een medewerker mag schrijven maar niet publiceren. Een redacteur mag alles met inhoud maar niet aan instellingen of plugins komen.
In de praktijk krijgt iedereen de rol beheerder omdat dat het snelst werkt, en dat is de grootste vermijdbare fout in websitebeheer. Een beheerder kan plugins installeren, gebruikers aanmaken en de hele site slopen. Iemand die alleen blogberichten schrijft heeft dat niet nodig.
Er zit ook een AVG-kant aan. Als je site formulierinzendingen, klantaccounts of bestellingen bewaart, bepaalt de rol wie daarbij kan. Hoe minder mensen toegang hebben tot persoonsgegevens, hoe kleiner de kans dat er iets uitlekt en hoe eenvoudiger je kunt uitleggen wie wat mocht.
Loop één keer per jaar je gebruikerslijst na. Op vrijwel elke site die ik overneem staan nog accounts van een oud-medewerker, een bureau dat drie jaar geleden vertrok en een stagiair. Verwijderen kost twee minuten.
Zelf gehost, gehost platform of headless
Alle systemen vallen in drie groepen, en die groep bepaalt meer dan de merknaam.
Bij een systeem dat je zelf host installeer je de software op je eigen hosting. WordPress, Drupal, TYPO3, Craft en Joomla werken zo. Je bent zelf verantwoordelijk voor updates, back-ups en beveiliging, en je kunt alles aanpassen.
Bij een gehost platform huur je een dienst. Wix, Squarespace en Shopify draaien op hun eigen infrastructuur. Je hoeft niets bij te houden en je kunt alleen wat het platform toestaat.
Bij headless levert het CMS geen pagina's meer, alleen gegevens. Een apart programma haalt die gegevens op en bouwt daar de site mee. Dat is een aanpak voor grotere projecten en meestal overdreven voor een bedrijfssite.
WordPress
WordPress draait op ruim veertig procent van alle websites, volgens de partijen die dat soort dingen tellen. Dat is geen kwaliteitsoordeel, het is wel een praktisch argument: overal is iemand te vinden die ermee kan werken, en voor bijna elk probleem heeft iemand anders al een oplossing bedacht.
De software is gratis en open source onder de GPL-licentie. Je betaalt voor hosting, voor eventuele betaalde plugins of thema's en voor onderhoud. Gratis software is dus niet hetzelfde als een gratis website.
Twee dingen die WordPress duur maken als je niet oplet. Het eerste is de plugin-verzameling die vanzelf groeit tot er dertig stuks in staan, waarvan je er acht gebruikt. Het tweede is een thema van een marktplaats dat door de maker wordt losgelaten, waarna je bij elke WordPress-update je vingers kruist.
Let ook op de verwarring tussen twee namen. WordPress.org is de software die je zelf installeert, WordPress.com is een gehoste dienst van een bedrijf. Wat het verschil betekent voor je vrijheid en je kosten staat in het artikel over WordPress.com tegenover WordPress.org.
De gehoste bouwers
Wix, Squarespace en Shopify zijn geen software die je installeert maar een abonnement. Alles zit erin: hosting, updates, beveiliging, certificaat. Je kunt binnen een dag iets online hebben staan dat er verzorgd uitziet.
Voor een webshop is Shopify een serieuze keuze. Betalingen, voorraad, verzendregels en belastingtarieven zijn ingebouwd, en je hoeft nooit meer na te denken over een beveiligingsupdate op zaterdagavond. Je betaalt een maandbedrag en bij de meeste betaalmethoden ook transactiekosten.
Waar het knelt is vertrekken. Je krijgt je teksten, je producten en je klantgegevens meestal wel mee in een csv-bestand, maar je ontwerp en je paginaopbouw niet. Elders begin je opnieuw met bouwen. Reken daar vooraf op in plaats van het te ontdekken op het moment dat je weg wilt.
Headless: de inhoud los van de weergave
Bij een headless CMS levert het systeem alleen ruwe gegevens via een koppeling, meestal in JSON. Hoe die gegevens eruitzien op het scherm bepaalt een apart stuk software dat de ontwikkelaar bouwt. Contentful, Strapi, Sanity en Storyblok werken zo, en WordPress kan het ook via de ingebouwde REST-koppeling.
Het voordeel is dat dezelfde inhoud naar meerdere kanalen kan: een website, een app, een schermpje in een winkel. En de site zelf kan heel snel zijn, omdat er geen database wordt bevraagd op het moment van bezoek.
Het nadeel is dat je twee systemen hebt in plaats van één. De redacteur ziet tijdens het schrijven niet meer hoe de pagina eruit gaat zien, elke ontwerpwijziging vraagt een ontwikkelaar, en de rekening is structureel hoger.
Ik vind dit zelden een goede keuze voor een bedrijf met vijf man. Het is bedoeld voor organisaties die dezelfde inhoud op meerdere plekken publiceren en die een eigen ontwikkelteam hebben.
Van wie is je inhoud
Bij zelf gehoste software zijn je database en je bestanden van jou en kun je ze downloaden. Bij een gehost platform is je inhoud van jou en staat hij op andermans systeem, en dat is een verschil dat pas voelbaar wordt bij ruzie of bij een prijsverhoging.
De Europese dataverordening, die sinds 12 september 2025 van toepassing is, verplicht aanbieders van clouddiensten om overstappen mogelijk te maken en de kosten daarvan af te bouwen. Wat dat een kleine ondernemer in de praktijk oplevert moet zich nog bewijzen. Het geeft je wel iets om naar te verwijzen als je leverancier moeilijk doet.
Belangrijker is je domeinnaam. Kijk in de whois van SIDN of jij als houder van je .nl-domein staat geregistreerd en niet je bureau. Staat er iemand anders, dan kun je bij een conflict je eigen adres kwijtraken en dan is de rest van dit verhaal niet meer zo relevant.
Vraag ook of je bij je back-ups kunt. Een back-up die alleen je leverancier kan terugzetten is een afhankelijkheid, geen geruststelling.
Meertalige websites
Een CMS maakt een tweede taal mogelijk. Goedkoop wordt die tweede taal daarmee niet. Bij WordPress regel je het met WPML, Polylang of TranslatePress. Elke taal krijgt zijn eigen adres, meestal in de vorm van een map in de URL.
Technisch hoort daar een hreflang-verwijzing bij: een regel in de broncode die vertelt welke pagina de tegenhanger in de andere taal is. Zonder die verwijzing kan Google de verkeerde versie tonen aan de verkeerde bezoeker. Voor Nederlandstalige sites die ook op België mikken is dat een reëel punt, want nl-NL en nl-BE zijn twee verschillende aanduidingen.
Onderschat het beheer niet. Elke tekstwijziging doe je vanaf dat moment twee keer. Elke nieuwe pagina ook. En het zijn niet alleen je artikelen: je menu, je knoppen, je formulierlabels, je foutmeldingen en je bevestigingsmails staan verspreid over je thema en je plugins en moeten stuk voor stuk vertaald worden.
Mijn advies aan een klein bedrijf: begin met de vijf pagina's die er echt toe doen in de tweede taal en laat je blog eentalig. Een halfvertaalde site waar de bezoeker steeds terugvalt op het Nederlands maakt een slechtere indruk dan een site die eerlijk in één taal staat.
Formulieren en de gegevens die binnenkomen
Vrijwel elk CMS kan formulieren. Bij WordPress gaat dat via een plugin, en de meeste bewaren de inzendingen in je eigen database naast het versturen van een mail.
Dat is prettig, want een mail die in een spamfilter belandt kost je een aanvraag. Het betekent ook dat je een verzameling persoonsgegevens opbouwt waarvan je zelf de beheerder bent. Bepaal hoe lang je die inzendingen bewaart en ruim ze daarna op. De AVG kent geen vaste termijn, maar "voor altijd" is geen bewaartermijn en dat is de instelling die standaard aanstaat.
Een misverstand dat ik vaak tegenkom: een vinkje waarmee de bezoeker toestemming geeft voor het verwerken van zijn gegevens. Voor een contactformulier heb je dat meestal niet nodig. Iemand die je een offerteaanvraag stuurt, verwacht dat je die leest en beantwoordt. Vraag je in datzelfde formulier ook om hem in je nieuwsbrief te zetten, dan is daar wel een apart vinkje voor nodig dat niet vooraf is aangevinkt.
Reken op spam zodra je formulier een paar weken online staat. Hoe je het formulier zelf opzet zodat het weinig spam trekt en toch invulbaar blijft, staat in het artikel over een goed contactformulier.
Updates en onderhoud
Dit is de kant die bij de keuze wordt vergeten en die je daarna jaren bezighoudt.
WordPress installeert kleine beveiligingsupdates sinds 2013 zelf, en sinds versie 5.5 uit augustus 2020 kun je dat per plugin ook aanzetten. Grote versies en thema-updates blijven een bewuste handeling. Mijn ritme is maandelijks bijwerken op een testkopie, kijken of het formulier en de webshop nog werken, en dan pas op de echte site.
Back-ups horen buiten je eigen server te staan en je moet ze een keer hebben teruggezet. Een back-up die je nooit hebt uitgeprobeerd is een aanname.
Let op verlaten plugins. Op WordPress.org staat bij zo'n plugin dat hij niet is getest met de laatste drie grote versies. Dat is het moment om een vervanger te zoeken, niet het moment om te wachten tot er iets breekt. Een gedeactiveerde plugin die op de server blijft staan is trouwens nog steeds een risico, want de bestanden zijn bereikbaar.
Vergeet je PHP-versie niet. PHP 8.1 kreeg eind 2025 zijn laatste beveiligingsupdate, dus draai je daar nog op, dan draai je op software die niemand meer repareert. Bij een fatsoenlijke hostingpartij zet je dat in het controlepaneel om, na een test. Wat je verder van je hosting mag verwachten staat in het artikel over webhosting, en de beveiligingskant in het artikel over een WordPress-website beveiligen.
Toegankelijkheid
Sinds 28 juni 2025 geldt in Nederland de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten, de Nederlandse uitwerking van de Europese toegankelijkheidsrichtlijn. Die verplicht onder meer webshops, bankdiensten, e-boeken en personenvervoer om hun digitale diensten toegankelijk te maken.
Micro-ondernemingen die diensten leveren zijn uitgezonderd. Dat gaat om bedrijven met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of balanstotaal onder de twee miljoen euro. Veel kleine webshops vallen daar dus buiten, en dat is geen reden om er niets aan te doen.
Voor overheidswebsites geldt al langer een eigen regeling: sinds 2018 moeten die voldoen aan de toegankelijkheidsnorm en een toegankelijkheidsverklaring publiceren.
Wat een CMS hieraan bijdraagt is beperkt. Het levert je een veld voor alternatieve tekst bij afbeeldingen en een fatsoenlijke koppenstructuur als je die gebruikt. De rest zit in je thema en in je eigen gedrag: genoeg contrast, formulieren met echte labels, en een site die met alleen een toetsenbord te bedienen is. Dat laatste kun je nu meteen testen door met de tabtoets door je eigen homepage te lopen.
Snelheid en wat een CMS daar niet aan doet
Een CMS maakt je site niet snel. Het maakt hem eerder langzamer, want er wordt rekenwerk gedaan waar bij een los HTML-bestand niets gebeurt.
De winst zit in drie dingen. Een cache die de opgebouwde pagina bewaart. Afbeeldingen die verkleind en gecomprimeerd worden voordat ze op de site komen, in een modern formaat. En het weghalen van plugins die op elke pagina hun eigen stijlbestanden en scripts meesturen, ook op pagina's waar ze niets doen.
Dat laatste is de stille kostenpost van een CMS-site. Een sliderplugin die je op één pagina gebruikt, laadt op alle pagina's mee. Wat je daar verder aan kunt doen staat in het artikel over je website optimaliseren voor mobiel.
Wanneer je geen CMS nodig hebt
Bij een site van een paar pagina's die nooit verandert. Een visitekaartje met je adres, je openingstijden en een telefoonnummer hoeft geen beheersysteem te hebben.
En bij een site waar je toch nooit zelf iets in aanpast. Dan betaal je voor mogelijkheden die je niet gebruikt en voor onderhoud dat je wel moet doen.
In beide gevallen is een eenvoudige, snelle site zonder systeem erachter goedkoper en veiliger. Er valt weinig aan te verdienen, dus het wordt zelden aangeboden. Het blijft een reële optie.
Overstappen naar een ander systeem
Twee dingen bepalen of een migratie goed gaat, en geen van beide gaat over het nieuwe ontwerp.
Het eerste zijn je adressen. Blijven je pagina's op dezelfde webadressen staan? Zo niet, maak dan vooraf een lijst van elk oud adres met het nieuwe adres ernaast en zet daar permanente doorverwijzingen op. Dit wordt het vaakst vergeten, en het is de reden dat sites na een nieuwe website ineens veel minder bezoek krijgen. Hoe zoekmachines daarmee omgaan staat in het artikel over indexering door zoekmachines.
Het tweede is je inhoud zelf. Exporteer alles voordat je iets opzegt: je teksten, je afbeeldingen in de oorspronkelijke resolutie, je formulierinzendingen en je klantgegevens. Zeg je eerst je abonnement op, dan is de export vaak al niet meer bereikbaar.
Zet de oude site pas uit als de nieuwe een paar weken draait. Er komt altijd iets boven dat je vergeten was.
Waar je op let bij het kiezen
- Kun je er zelf mee overweg? Vraag een demonstratie en pas zelf iets aan terwijl je meekijkt. Lukt dat na tien minuten niet, dan lukt het over een jaar ook niet.
- Wat kost het per jaar? Tel hosting, licenties, plugins en onderhoud bij elkaar op. Vergelijk dat totaal, niet de prijs van de software.
- Kun je eruit? Vraag concreet welke export er is en waar die staat. Vraag dat voordat je tekent.
- Wie kan ermee werken? Bij WordPress vind je overal iemand. Bij een systeem dat één bureau zelf bouwde, zit je aan dat bureau vast.
- Wat heb je echt nodig? Een systeem dat alles kan is meestal een systeem dat je niet gebruikt. Schrijf op wat je maandelijks gaat aanpassen en kies daarop.
Veelgestelde vragen over een CMS
Wat betekent CMS?
CMS staat voor contentmanagementsysteem. Het is software waarmee je de inhoud van je website beheert zonder programmeerkennis: teksten aanpassen, foto's plaatsen, pagina's toevoegen en menu's inrichten via een inlogscherm.
Wat is het bekendste CMS?
WordPress, met afstand. Daarna volgen Shopify voor webshops, Wix en Squarespace voor eenvoudige sites, en Drupal en TYPO3 bij grotere organisaties en overheden. In Nederland kom je bij gemeenten ook systemen tegen die speciaal voor de publieke sector zijn gebouwd.
Is WordPress gratis?
De software is gratis en open source. Je website is dat niet. Je betaalt voor hosting, voor je domeinnaam, vaak voor een thema of een paar betaalde plugins, en voor het onderhoud dat erbij hoort. Wie dat onderhoud zelf doet, betaalt in tijd.
Heb ik een CMS nodig voor een kleine website?
Alleen als je zelf dingen gaat aanpassen. Verandert er structureel niets aan je site, dan is een eenvoudige site zonder beheersysteem sneller, goedkoper en veiliger. Zodra je een blog begint, prijzen bijhoudt of vacatures plaatst, wil je wel een CMS.
Wat is het verschil tussen een CMS en een websitebouwer als Wix?
Een websitebouwer is een CMS dat je niet zelf installeert en niet kunt meenemen. Je huurt de software, de hosting en het onderhoud in één abonnement. Dat scheelt werk en het beperkt wat je kunt aanpassen, en verhuizen naar een ander platform betekent opnieuw bouwen.
Wat is een headless CMS?
Een CMS dat alleen gegevens levert en geen pagina's. De weergave wordt gemaakt door een apart stuk software dat die gegevens via een koppeling ophaalt. Het is bedoeld voor organisaties die dezelfde inhoud op meerdere kanalen publiceren en die eigen ontwikkelaars hebben.
Wat is het verschil tussen een CMS en een paginabouwer?
Het CMS beheert je inhoud en je gebruikers. Een paginabouwer is een extra laag daarbovenop waarmee je de opmaak van een pagina visueel samenstelt. Beaver Builder, Elementor en Divi zijn paginabouwers die binnen WordPress draaien, dus ze vervangen het CMS niet.
Hoe vaak moet ik mijn CMS updaten?
Beveiligingsupdates zo snel mogelijk, de rest maandelijks. WordPress doet kleine beveiligingsreleases zelf. Voor plugins, thema's en grote versies werk je bij voorkeur eerst op een testkopie en pas daarna op de echte site.
Wat gebeurt er als ik mijn website niet update?
Bekende lekken in oude plugins worden geautomatiseerd afgezocht. Een site die maanden achterloopt wordt vroeg of laat gebruikt om spam te versturen, bezoekers door te sturen naar een andere site of om er bestanden op te zetten. Je merkt het meestal doordat je hostingpartij aan de bel trekt of doordat Google een waarschuwing bij je zoekresultaat zet.
Wie is eigenaar van mijn website en mijn inhoud?
Jij, als het goed geregeld is. Controleer drie dingen: staat je domeinnaam op jouw naam bij de registratie, heb je toegang tot je hosting, en kun je zelf een export of back-up van je site maken. Ontbreekt er een, dan ben je afhankelijk van je leverancier.
Kan ik van CMS wisselen zonder mijn positie in Google te verliezen?
Dat kan, mits je je adressen meeneemt. Blijven de webadressen gelijk, dan merkt Google er weinig van. Veranderen ze, dan heb je een lijst nodig van elk oud adres met een permanente doorverwijzing naar het nieuwe. Zonder die lijst zakt je vindbaarheid weg en duurt het maanden voordat dat hersteld is.
Kan ik met een CMS een meertalige website maken?
Ja, bij WordPress met een plugin als WPML, Polylang of TranslatePress. Elke taal krijgt zijn eigen adres en je legt met hreflang vast welke pagina's bij elkaar horen. Reken erop dat je elke wijziging vanaf dat moment in elke taal doet, ook in je menu's, je formulieren en je automatische mails.
Is een CMS veilig?
Het systeem zelf meestal wel. Wat lek raakt zijn oude plugins, oude thema's, zwakke wachtwoorden en accounts die er niet meer horen te zijn. Zet tweestapsverificatie aan op je beheerdersaccounts, houd het aantal plugins klein en werk maandelijks bij, dan heb je het grootste deel van het risico afgedekt.
Moet mijn website toegankelijk zijn?
Voor overheidsorganisaties geldt die verplichting al sinds 2018. Voor bedrijven geldt sinds 28 juni 2025 de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten, die onder meer webshops raakt. Micro-ondernemingen die diensten leveren zijn uitgezonderd. Alt-teksten, goed contrast en een site die met het toetsenbord te bedienen is, zijn hoe dan ook verstandig.
Welk CMS is het snelst?
De bouw en de hosting maken meer uit dan de merknaam. Een goed opgezette WordPress-site met caching en verkleinde afbeeldingen verslaat een slordig gebouwde site op elk ander systeem.
Dit artikel hoort bij Internet Marketing Begrippen. Daar vind je meer uitleg over hetzelfde onderwerp.
